| Het
duizendjarige rijk Het onderwerp van het duizendjarig
vrederijk blijft velen boeien. Profeten en
zieners, wiens geschriften in de Bijbel zijn
opgenomen, spraken over een ideaal tijdperk,
waarin vrede, recht en voorspoed op de gehele
aarde zullen heersen, met, zoals christenen
geloven, Jezus Christus als koning.
De leer over het
vrederijk van duizend jaar wordt wel het
Chiliasme genoemd. Deze uitdrukking komt van het
Latijnse 'chiliade' dat duizendtal betekent. Men
spreekt over dit vrederijk ook wel als het
eindtijd millennium. Het begrip 'millennium' komt
ook uit het Latijn; het woord is samengesteld uit
'mille' - duizend - en 'annus' - jaar - en
betekent dus duizend jaar. Met het Messiaans
Millennium doelt men dus op een periode van
duizend jaar, waarin de Messias Jezus over de
aarde zal heersen.
In het
Christendom, zelfs binnen de evangelische sector,
zijn er echter verschillende visies op het hoe en
wat van dit toekomstig vrederijk. En velen,
voornamelijk buiten de evangelische sector van
het Christendom, vragen zich af of er wel een
vrederijk van duizend jaar zal zijn dat eigenlijk
nog een tussenfase is op de route naar de
definitieve, eeuwige staat van heil en
volmaaktheid. Het voert te ver om in dit artikel
uitgebreid op alle aspecten van deze moeilijke
materie in te gaan. In deze studie zal ik in het
kort de twee belangrijkste visies op het
duizendjarig vrederijk behandelen. Deze visies
zijn: het pre-millenniumisme en het post-millenniumisme.
Het
Pre-millenniumisme
Deze visie op het
duizendjarig vrederijk had in de eerste eeuwen
van de kerkgeschiedenis reeds veel aanhangers.
Kerkvaders zoals Papias, Justinus Martyr,
Irenaeus en andere theologen hingen deze leer aan.
In het kort komt
deze visie erop neer dat de Heer naar de aarde
terugkeert voorafgaand aan het duizendjarig
vrederijk. Deze eindtijdvisie op het duizendjarig
vrederijk is samengesteld op grond van een aantal
profetische woorden, zowel in het Oude als het
Nieuwe Testament. Veel van de profeten in Israël
die in de moeilijke eeuwen na Salomo leefden
waarin de macht van Israël gestadig afbrokkelde
en de nationale instabiliteit voortdurend toenam,
kregen de geïnspireerde visie dat er eens
opnieuw een geweldige tijd van grote macht en
welvaart zou aanbreken voor Israël. Het zou een
tijd worden van groot sjaloom, van vrede,
voorspoed en gerechtigheid; zie bijvoorbeeld
Jesaja 9:6 en hoofdstuk 11; Zacharia 14:16-21. De
profeten hadden echter nog geen zicht op de inlas
van de gemeente en de rol die zij in het
heilsplan van God in de geschiedenis zou gaan
vervullen, maar hadden alleen visie voor het volk
Israël. Paulus, zelf een bekeerde Jood, ging het
geheimenis van de gemeente begrijpen; zie Efeziërs
3:1-6 en 1 Petrus 1:10-12.
De meeste
evangelische christenen geloven thans dat de Heer
voordat Hij definitief naar de aarde terugkeert
om het Messiaans koningschap op zich te nemen
eerst de gemeente met zichzelf in de lucht zal
verenigen. Dit is de 'opname van de gemeente,'
zoals Paulus het geleerd heeft in 1
Tessalonicenzen 4:17: "daarna zullen wij,
levenden, die achterbleven, samen met hen op de
wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here
tegemoet in de lucht." Ook de Heer zelf
scheen te zinspelen op een opname, een wegrukken
van gelovigen; lees de gelijkenis in Matteüs 24:
39-44. In 1 Tessalonicenzen 4:16 is bij de
wederkomst een opstanding van alle gestorven
gelovigen inbegrepen. Dit moet dan de eerste
opstanding zijn waarover Paulus ook schreef in 1
Korintiërs 15:23 en Johannes in Openbaring 21:4,5.
De overige doden worden levend na deze tijd van
duizend jaar waarin Christus met zijn heiligen
over de aarde heerst; zie o.a. Openbaring 20:5.
Er zijn meerdere teksten in de Heilige Schrift,
die wijzen op een opwekking van de
rechtvaardigen, de heiligen, en een opwekking van
de overige mensen; zie Daniël 12:2; Johannes 5:29.
Als de Heer en
zijn gemeente in de lucht zijn verenigd zal er
enige tijd in beslag worden genomen om zijn
gelovigen te oordelen. Hun levenswijze en
loyaliteit jegens de Heer worden geëvalueerd en
eventueel beloond. Op grond van dit oordeel over
hun leven in het sterfelijk lichaam wordt een
ieder zijn toekomstige status in het koninkrijk
toegewezen. Ik citeer 2 Korintiërs 5:10: "Want
wij moeten allen voor de rechterstoel - Grieks de
'bema' - van Christus openbaar worden, opdat een
ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht
heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed,
hetzij kwaad."
Terwijl de Heer
zijn gemeente voor haar toekomstige taak
organiseert, komt op aarde het volk Israël in
grote verdrukking. De volkeren trekken op naar
het heilige land om het een gevoelige les te
leren en het te bezetten. In die grote nood
zullen velen in Israël zich tot haar Verbondsgod
bekeren en om de Messias roepen. De Here God zal
dan Jezus naar de aarde doen terugkeren, samen
met al zijn heiligen; zie Zacharia 14:5.
Jezus zal
neerdalen zoals Hij eens ten hemel voer -
Handelingen 1:11 - en zijn voeten zullen opnieuw
op de Olijfberg staan die in tweeën zal splijten
(Zacharia 14:4). De Heer zal onmiddellijk de
strijd met de bezettende en onderdrukkende macht
aanbinden die in het heilige land aanwezig is en
Hij zal de vijanden van zijn volk vernietigen.
Christus zal dan het koningschap over de aarde op
zich nemen en hiermee begint het duizendjarig
vrederijk. De leden van de gemeente zullen dan
over de gehele aarde in bestuurlijke functies
worden gesteld om orde en recht te handhaven. Zie
hiervoor de gelijkenissen zoals o.a. die over de
dienstknechten in Lucas 19:11-27. Dit zijn de
hoofdpunten van de pre-millenniaanse visie op het
komende heilrijk.
Zoals reeds gezegd:
over de heerschappij van de grote koning van Israël
hebben veel profeten onder het Oude Verbond
geprofeteerd; zij wisten dat Israël in die
heilstijd het hoofd van de volkeren zal zijn.
Aan deze
duizendjarige periode van vrede, voorspoed en
recht komt een eind door het vrijkomen van satan
die in die periode was gebonden (Openbaring 20:3;
7-11). God laat deze hernieuwde poging van satan
om het rijk van God te vernietigen blijkbaar toe
om hem zo een laatste, definitieve slag toe te
brengen die hem voor alle eeuwigheden zal
verdoemen; zie Openbaring 10. Na deze definitieve
verdoemenis van satan en zijn trawanten wordt het
eindoordeel over alle mensen geveld, zowel over
hen die dan leven als over hen die gestorven
waren maar nu worden opgewekt. Staat de naam niet
in het boek van het leven dan eindigt de
goddeloze, onboetvaardige mens daar, waar de
satan reeds was verdoemd (Openbaring 20:15). Na
dit eindoordeel kan het eeuwige heil op aarde
blijvend worden gevestigd en alles worden
vernieuwd.
De Roomse Kerk
heeft het Chiliasme officieel in AD 373 als
ketterij veroordeeld en het bestreden. Tot op de
huidige dag beschouwt de Roomse Kerk alle geloof
in een vredig millennium onder de heerschappij
van Christus als koning op aarde als een
verwerpelijke dwaling. De periode van duizend
jaar, zoals in het boek Openbaring genoemd, moet
dus niet op een letterlijke wijze worden
verstaan; deze leer wordt wel a-millenniumisme
genoemd. De Roomse Kerk leert dat het huidige
tijdperk van de Kerk uitloopt op een krachtmeting
met de antichristelijke machten die door de komst
van Jezus Christus beslecht zal worden en daarna
alle mensen zal oordelen. Na dit oordeel breekt
het eeuwig heil aan voor allen die in Jezus
Christus geloofden. Met de kerkhervorming van
1517 werd het geloof in het duizendjarig
Messiaans Rijk van vrede, recht en gerechtigheid
echter nieuw leven ingeblazen. Hervormers als
Luther, Melanchton, Calvijn en Knox geloofden
allen in een spoedige terugkeer van Christus.
Het
Post-millenniumisme
In de drie eeuwen
van de kerkgeschiedenis domineerde de pre-millenniaanse
visie op het duizendjarig vrederijk maar in de
vierde eeuw kwam een Afrikaan, Tyconius, lid van
de Donatisten, een sekte, met een andere visie
aandragen. Hij stelde dat Christus zal terugkeren
na de periode van duizend jaar. In deze leer
wordt gesteld dat Christus sinds zijn hemelvaart
vanuit de hemelse troon zijn heerschappij over de
gehele aarde aan het vestigen is. Hij zal vanuit
de hemel met alle Hem ten dienste staande
krachten bewerken dat er een volmaakte vrede op
aarde zal komen waarbij de Gemeente, zijn
lichaam, Hem behulpzaam is. Want via de gemeente,
zijn lichaam op aarde, zal Hij zijn rijk van
vrede en gerechtigheid stichten.
Deze visie werd
overgenomen door de grote en invloedrijke
kerkvader Augustinus en was vooral populair in
tijden waarin het evangelie zich verbreidde en de
kerk voorspoedig was. Augustinus leerde inderdaad
dat het duizendjarig vrederijk niet in de
toekomst lag maar dat het reeds was begonnen en
dat Christus door de kerk regeerde. Als
sleutelvers voor deze visie citeerde hij Marcus 3:27:
"Maar niemand kan het huis van de sterke
binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet
eerst die sterke heeft gebonden, en dan zal hij
zijn huis plunderen." Augustinus leerde dat
met die 'sterke man' de satan is bedoeld en de
goederen die worden geplunderd stellen mensen
voor die vroeger onder zijn heerschappij gebonden
waren. Hij leerde dat satan tijdens de
aanwezigheid en bediening van Christus op aarde
gebonden werd en gebonden zal blijven tot aan de
wederkomst. In deze visie van het post-millenniumisme
is Satan thans dus niet in staat de volkeren te
binden en dat is de oorzaak waardoor de prediking
van het evangelie groot succes kan hebben. Aan
het eind van deze periode zal satan voor een
korte tijd worden losgelaten en daarna definitief
geheel overwonnen en gebonden worden. Het gebed
in het 'Onze Vader,' "Uw Koninkrijk kome, Uw
wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de
aarde," zal dus volgens deze visie in deze
periode van de kerk worden verhoord.
Het post-millenniumisme
is een optimistische visie want het verwacht dat
naarmate de wederkomst van Jezus dichterbij komt
de condities op aarde zich in deze periode zullen
verbeteren en niet verslechteren. De aanhangers
van deze visie kunnen tegenslagen in de voortgang
van de evangelieverkondiging - zoals die zich
thans vooral in de westerse landen voordoen waar
de invloed van de kerk afneemt - overwinnen door
zich voor te houden dat deze tegenslagen slechts
van tijdelijke aard zijn. Want - zo geloven zij -
het evangelie zal de wereld uiteindelijk
veroveren.
De aanhangers van
het post-millenniumisme zien echter een aantal
schriftuitspraken over het hoofd, waaronder die
van Jezus toen Hij zich afvroeg of Hij nog wel
geloof zou vinden op aarde als Hij terugkeert;
zie Lucas 18:8. De apostelen voorzagen een
toenemende afval van het geloof naarmate de tijd
van het einde van dit tijdperk naderde.
In de vroegere
post-millenniaanse visie, vooral die in het
eerste millennium van het Christendom, namen
velen de duizend jaar letterlijk maar daarvan is
men grotendeels teruggekomen in het tweede
millennium, dus vanaf jaar 1000 na Christus. Niet
slechts omdat er duizend jaar voorbij waren
gegaan zonder concrete aanwijzingen dat het
vrederijk zich zichtbaar ontwikkelde of
aanstaande was, maar ook omdat men tot inzicht
kwam dat getallen waaronder ook het getal 1000 in
apocalyptische literatuur die rijk aan
zinnebeelden en symboliek is, niet letterlijk
behoeven te worden opgevat. Het lijkt erop dat de
apocalyptische schrijver met dit getal een
'volheid van tijd met voltooiing van processen'
wilde aangeven.
Slot
Waakt dan.
Jezus zegt ook:
Zal ik nog geloof vinden als ik terugkom.
Geloof en
gehoorzaamheid gaan hand in hand. Je ziet op dit
moment in vele kerken dat de werkelijke kern uit
het evangelie wordt gehaald. Groeigemeenten in
aantal is anders dan geestelijke groei zoals het
afleggen van iedere last en zonde die ons in de
weg staan. Kijk naar de vijf wijzen en de vijf
dwazen. Laten wij zorgen voor voldoende olie in
onze lampen want de voorraad wordt bij velen
minder. Gods Geest zal ons leiden in de volle
waarheid.
|