In de Bijbel horen we over een duizendjarig rijk, maar wat is dat?
Lees hieronder enkele uitleggingen:

.

Kerk, Israël en Chiliasme

THEORIEEN DUIZENDJARIGE VREDERIJK

Hierbij is het nodig de verschillende hoofdstromingen te definiëren.
In feite zijn deze te herleiden tot de visies uit de tijd van de kerkvaders gedurende de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis.
De meesten onder hen leerden een duizendjarig vrederijk op aarde,
totdat Augustinus zich begon op te werpen als bestrijder van het chiliasme." (1)


In de eerste eeuwen van het Christendom, tot aan Agustinus –die het ging bestrijden-, leerden de "kerkvaders" van de Gemeente (of: kerk) dat er een duizendjarig Vrederijk op aarde zou komen!

Deze lering is ook altijd in stand gebleven door de kerkgeschiedenis heen, zie hiervoor bijvoorbeeld het boek "Handelingen der Gemeente" van wijlen br. Matzken.

Augustinus was dus de grondlegger van de vervangingstheologie, welke tegenwoordig in nog veel Reformatorische kerken wordt onderwezen, waarbij alles wat op Israël betrekking heeft en had werd toegepast op de Kerk..
 
De zogenaamde 'vervangingstheologie' heeft Israël daar buitenspel gezet en geen plaats toegekend binnen de eschatologie, tenminste als het gaat over de terugkeer van het Joodse volk naar hun oude vaderland en de nationale bekering van het volk Israël. Nagenoeg alle aanhangers van de amillennialistische visie hebben in dit opzicht met Israël afgerekend. Zij kennen geen bijzondere plaats meer toe aan het Joodse volk, maar zien de rol van Israël als beëindigd" (1)


Er zijn eigenlijk maar twee belangrijke visies aangaande het duizendjarig rijk, namelijk de oudste visie –en dat benadruk ik niet voor niets- dat er sprake is van een letterlijk "Duizendjarig Rijk" en de later door Augustinus geformuleerde visie van een geestelijk "Duizendjarig Rijk". Deze laatste is door de Rooms Katholieke Kerk overgenomen en helaas in de tijd van de Reformatie niet verworpen door de reformatoren maar in hun theologie speelt het zelfs een zeer belangrijke rol. De "belijdenis van de kerk" wordt daarbij gesteld boven de gezonde wetenschappelijke methoden van uitleg;

  1. het gevolg is dat ingeval men gelooft in een letterlijk "Duizendjarig rijk" men vaak ook aan Israël een andere plaats toekent dan wanneer met gelooft in een geestelijk "Duizendjarig rijk".

De "Kerk der eeuwen", zoals de Reformatorisch getinte kerken zichzelf graag noemen, zijn bij de Reformatie veelal niet verder teruggegaan in de geschiedenis dan tot aan de leringen van Augustinus en deze grotendeels overgenomen

Wat is het "Duizendjarig Rijk"

De heilshistorische interpretatie van de Schrift uit de vroege zeventiende eeuw ontwikkelde zich in Engeland en de Verenigde Staten onder meer tot het dispensationalisme van mensen als J.N. Darby (1800-1882), D.L. Moody (1837-1899) en C.I. Scofield (1843-1921), die grote invloed uitoefenden op het evangelisch christendom van de twintigste eeuw. Door hen kwam het onderwerp weer op de agenda van de huidige theologie. Veel hedendaagse theologen noemen de verwachting van een duizendjarig rijk echter ‘biblicistisch’. Dit leidt er in de praktijk toe dat de boodschap van Openb.20 genegeerd wordt. Er is nauwelijks een onderwerp in de westerse theologie waarbij de dogmatiek zo duidelijk de resultaten van de exegese naast zich neerlegt als bij het duizendjarig rijk.

In Openbaringen 20:1-6 lezen we over het Duizendjarig Rijk. Wat niet vermeld is: ook in Jesaja 11:1-10 lezen we hierover. Overigens is hier ook gedaan aan een stukje interpretatie die eigenlijk achterwege gelaten had kunnen worden, namelijk de bewering: "de zaak waar het over gaat, betreft niet het getal duizend, maar een toekomstige periode op aarde die onderscheiden moet worden van de eeuwigheid" – hoewel misschien niet onjuist in de letterlijke zin, immers: het gaat niet om het getál duizend maar in Openbaringen staat wel degelijk dat het een periode van duizend jaren betreft.

Het gaat niet om een geestelijke les, en het gaat al helemaal niet over historische feiten want dit rijk is er nog nooit geweest. Een letterlijke interpretatie van profetie is wat er dan logischerwijs overblijft.

Wat de Bijbel dus belooft is dat er een vrederijk zal komen, waarin Christus Jezus heersen zal als een rechtvaardig rechter. Openbaringen maakt dit specifieker door er een tijdsduur aan te geven: duizend jaren zal dit duren. De tijdsduiding is ook eenvoudig: het is een toekomstig gebeuren. Omdat ik niet een discussie aan wil over wanneer de aanvang precies zal zijn (omdat we dan in discussies vervallen over moment van de wederkomst, opname ed.) laat ik het hier bij, want dit is de kern van de zaak.

Israël
Gesteld werd, dat door het aanhangen van de ideeën van het "chiliasme" de visie op Israël ook anders is of wordt. Bij de vervangingstheologie is dit duidelijk; men past alles wat met Israël te maken heeft op de Kerk toe – dat wil zeggen: "De beloften van heil, van vergeving en verlossing, van universalisme, van beperking van de macht van de boze". Israël heeft daarmee géén plaats meer in het heden en de toekomst. Jesaja 11 wordt dan op de Kerk toegepast en ‘vergeestelijkt’. Openbaringen 20 kan – omdat het Nieuwtestamentisch is – wellicht zonder al te veel problemen ook op de Kerk worden toegepast in die zin dat "de kerk" het vergeestelijkt en zegt dat het duizendjarig reeds aangevangen is. Als ik deze tekst echter lees en naar de wereld om mij heen kijk, dan kan ik niet uit de voeten met deze opvatting; immers:

  • Openbaringen 20:2
    gezien alle oorlogen en ellende in deze wereld kan men toch niet serieus menen dat de satan gebonden (machteloos) is? Kunnen we met "droge ogen" beweren dat satan niet als een briesende leeuw rondgaat in deze wereld maar ook in kerken en gemeenten, "zoekende wie hij kan verslinden"?
  • Openbaringen 20:4
    er is nog geen opstanding van de doden geweest? Hoe verklaren we dit? Een "geestelijke opstanding"? dan gaan we op het pad van de Jehova's Getuigen en andere sekten...
  • Openbaringen 20:6
    Christus heerst nog (steeds) niet over deze aarde, samen met de opgestane doden,.. of moeten we dit ook geestelijk verstaan? Zo mag de kerk van de reformatie het dan wel uitleggen maar het is onhoudbaar. Want zoals we bij vers 4 al concludeerden: de doden zijn nog niet opgestaan. Men komt met uitleggingen over dit gedeelte dan ook steevast in de knel en ontkomt er niet zich in allerlei theologische bochten te wringen en de meest vreemdsoortige uitleggingen te geven.

Maar hoe zit dat nu met de visie op Israël bij de "chiliasten" of "dispensationalisten"? Doordat het duizendjarig rijk niet vergeestelijkt wordt maar letterlijk wordt uitgelegd, is het zo dat Israël –als volk- juist niet afgedaan heeft. Israël wordt een totaal andere plaats toegekend en men heeft over het algemeen de opvatting die Paulus al aan de Romeinen schreef:

"Ik vraag dan: God heeft zijn volk toch niet verstoten? Volstrekt niet! [..] God heeft zijn volk niet verstoten, dat Hij tevoren gekend heeft. [..] Want broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat. [Zie Romeinen 11].


Met andere woorden: op het moment dat de ‘volheid der heidenen ingaat’ (dat is dus het moment dat zij ofwel worden opgenomen naar de hemel ofwel het duizendjarig rijk ingaan.

Christenen kennen de persoonlijke keuze en bekering. God werkt in deze genade-tijd met personen (mensen). Met Israël heeft hij altijd als volk "gewerkt". Dat is een belangrijk verschil. Zo geloven wij dus, als "evangelische" (d.w.z. degenen binnen deze beweging die "dispensationalistisch" zijn) dat het volk Israël nog een heerlijke toekomst tegemoet gaat.


 
Het duizendjarige rijk

Het onderwerp van het duizendjarig vrederijk blijft velen boeien. Profeten en zieners, wiens geschriften in de Bijbel zijn opgenomen, spraken over een ideaal tijdperk, waarin vrede, recht en voorspoed op de gehele aarde zullen heersen, met, zoals christenen geloven, Jezus Christus als koning.

De leer over het vrederijk van duizend jaar wordt wel het Chiliasme genoemd. Deze uitdrukking komt van het Latijnse 'chiliade' dat duizendtal betekent. Men spreekt over dit vrederijk ook wel als het eindtijd millennium. Het begrip 'millennium' komt ook uit het Latijn; het woord is samengesteld uit 'mille' - duizend - en 'annus' - jaar - en betekent dus duizend jaar. Met het Messiaans Millennium doelt men dus op een periode van duizend jaar, waarin de Messias Jezus over de aarde zal heersen.

In het Christendom, zelfs binnen de evangelische sector, zijn er echter verschillende visies op het hoe en wat van dit toekomstig vrederijk. En velen, voornamelijk buiten de evangelische sector van het Christendom, vragen zich af of er wel een vrederijk van duizend jaar zal zijn dat eigenlijk nog een tussenfase is op de route naar de definitieve, eeuwige staat van heil en volmaaktheid. Het voert te ver om in dit artikel uitgebreid op alle aspecten van deze moeilijke materie in te gaan. In deze studie zal ik in het kort de twee belangrijkste visies op het duizendjarig vrederijk behandelen. Deze visies zijn: het pre-millenniumisme en het post-millenniumisme.

Het Pre-millenniumisme

Deze visie op het duizendjarig vrederijk had in de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis reeds veel aanhangers. Kerkvaders zoals Papias, Justinus Martyr, Irenaeus en andere theologen hingen deze leer aan.

In het kort komt deze visie erop neer dat de Heer naar de aarde terugkeert voorafgaand aan het duizendjarig vrederijk. Deze eindtijdvisie op het duizendjarig vrederijk is samengesteld op grond van een aantal profetische woorden, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament. Veel van de profeten in Israël die in de moeilijke eeuwen na Salomo leefden waarin de macht van Israël gestadig afbrokkelde en de nationale instabiliteit voortdurend toenam, kregen de geïnspireerde visie dat er eens opnieuw een geweldige tijd van grote macht en welvaart zou aanbreken voor Israël. Het zou een tijd worden van groot sjaloom, van vrede, voorspoed en gerechtigheid; zie bijvoorbeeld Jesaja 9:6 en hoofdstuk 11; Zacharia 14:16-21. De profeten hadden echter nog geen zicht op de inlas van de gemeente en de rol die zij in het heilsplan van God in de geschiedenis zou gaan vervullen, maar hadden alleen visie voor het volk Israël. Paulus, zelf een bekeerde Jood, ging het geheimenis van de gemeente begrijpen; zie Efeziërs 3:1-6 en 1 Petrus 1:10-12.

De meeste evangelische christenen geloven thans dat de Heer voordat Hij definitief naar de aarde terugkeert om het Messiaans koningschap op zich te nemen eerst de gemeente met zichzelf in de lucht zal verenigen. Dit is de 'opname van de gemeente,' zoals Paulus het geleerd heeft in 1 Tessalonicenzen 4:17: "daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht." Ook de Heer zelf scheen te zinspelen op een opname, een wegrukken van gelovigen; lees de gelijkenis in Matteüs 24: 39-44. In 1 Tessalonicenzen 4:16 is bij de wederkomst een opstanding van alle gestorven gelovigen inbegrepen. Dit moet dan de eerste opstanding zijn waarover Paulus ook schreef in 1 Korintiërs 15:23 en Johannes in Openbaring 21:4,5. De overige doden worden levend na deze tijd van duizend jaar waarin Christus met zijn heiligen over de aarde heerst; zie o.a. Openbaring 20:5. Er zijn meerdere teksten in de Heilige Schrift, die wijzen op een opwekking van de rechtvaardigen, de heiligen, en een opwekking van de overige mensen; zie Daniël 12:2; Johannes 5:29.

Als de Heer en zijn gemeente in de lucht zijn verenigd zal er enige tijd in beslag worden genomen om zijn gelovigen te oordelen. Hun levenswijze en loyaliteit jegens de Heer worden geëvalueerd en eventueel beloond. Op grond van dit oordeel over hun leven in het sterfelijk lichaam wordt een ieder zijn toekomstige status in het koninkrijk toegewezen. Ik citeer 2 Korintiërs 5:10: "Want wij moeten allen voor de rechterstoel - Grieks de 'bema' - van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad."

Terwijl de Heer zijn gemeente voor haar toekomstige taak organiseert, komt op aarde het volk Israël in grote verdrukking. De volkeren trekken op naar het heilige land om het een gevoelige les te leren en het te bezetten. In die grote nood zullen velen in Israël zich tot haar Verbondsgod bekeren en om de Messias roepen. De Here God zal dan Jezus naar de aarde doen terugkeren, samen met al zijn heiligen; zie Zacharia 14:5.

Jezus zal neerdalen zoals Hij eens ten hemel voer - Handelingen 1:11 - en zijn voeten zullen opnieuw op de Olijfberg staan die in tweeën zal splijten (Zacharia 14:4). De Heer zal onmiddellijk de strijd met de bezettende en onderdrukkende macht aanbinden die in het heilige land aanwezig is en Hij zal de vijanden van zijn volk vernietigen. Christus zal dan het koningschap over de aarde op zich nemen en hiermee begint het duizendjarig vrederijk. De leden van de gemeente zullen dan over de gehele aarde in bestuurlijke functies worden gesteld om orde en recht te handhaven. Zie hiervoor de gelijkenissen zoals o.a. die over de dienstknechten in Lucas 19:11-27. Dit zijn de hoofdpunten van de pre-millenniaanse visie op het komende heilrijk.

Zoals reeds gezegd: over de heerschappij van de grote koning van Israël hebben veel profeten onder het Oude Verbond geprofeteerd; zij wisten dat Israël in die heilstijd het hoofd van de volkeren zal zijn.

Aan deze duizendjarige periode van vrede, voorspoed en recht komt een eind door het vrijkomen van satan die in die periode was gebonden (Openbaring 20:3; 7-11). God laat deze hernieuwde poging van satan om het rijk van God te vernietigen blijkbaar toe om hem zo een laatste, definitieve slag toe te brengen die hem voor alle eeuwigheden zal verdoemen; zie Openbaring 10. Na deze definitieve verdoemenis van satan en zijn trawanten wordt het eindoordeel over alle mensen geveld, zowel over hen die dan leven als over hen die gestorven waren maar nu worden opgewekt. Staat de naam niet in het boek van het leven dan eindigt de goddeloze, onboetvaardige mens daar, waar de satan reeds was verdoemd (Openbaring 20:15). Na dit eindoordeel kan het eeuwige heil op aarde blijvend worden gevestigd en alles worden vernieuwd.

De Roomse Kerk heeft het Chiliasme officieel in AD 373 als ketterij veroordeeld en het bestreden. Tot op de huidige dag beschouwt de Roomse Kerk alle geloof in een vredig millennium onder de heerschappij van Christus als koning op aarde als een verwerpelijke dwaling. De periode van duizend jaar, zoals in het boek Openbaring genoemd, moet dus niet op een letterlijke wijze worden verstaan; deze leer wordt wel a-millenniumisme genoemd. De Roomse Kerk leert dat het huidige tijdperk van de Kerk uitloopt op een krachtmeting met de antichristelijke machten die door de komst van Jezus Christus beslecht zal worden en daarna alle mensen zal oordelen. Na dit oordeel breekt het eeuwig heil aan voor allen die in Jezus Christus geloofden. Met de kerkhervorming van 1517 werd het geloof in het duizendjarig Messiaans Rijk van vrede, recht en gerechtigheid echter nieuw leven ingeblazen. Hervormers als Luther, Melanchton, Calvijn en Knox geloofden allen in een spoedige terugkeer van Christus.

Het Post-millenniumisme

In de drie eeuwen van de kerkgeschiedenis domineerde de pre-millenniaanse visie op het duizendjarig vrederijk maar in de vierde eeuw kwam een Afrikaan, Tyconius, lid van de Donatisten, een sekte, met een andere visie aandragen. Hij stelde dat Christus zal terugkeren na de periode van duizend jaar. In deze leer wordt gesteld dat Christus sinds zijn hemelvaart vanuit de hemelse troon zijn heerschappij over de gehele aarde aan het vestigen is. Hij zal vanuit de hemel met alle Hem ten dienste staande krachten bewerken dat er een volmaakte vrede op aarde zal komen waarbij de Gemeente, zijn lichaam, Hem behulpzaam is. Want via de gemeente, zijn lichaam op aarde, zal Hij zijn rijk van vrede en gerechtigheid stichten.

Deze visie werd overgenomen door de grote en invloedrijke kerkvader Augustinus en was vooral populair in tijden waarin het evangelie zich verbreidde en de kerk voorspoedig was. Augustinus leerde inderdaad dat het duizendjarig vrederijk niet in de toekomst lag maar dat het reeds was begonnen en dat Christus door de kerk regeerde. Als sleutelvers voor deze visie citeerde hij Marcus 3:27: "Maar niemand kan het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst die sterke heeft gebonden, en dan zal hij zijn huis plunderen." Augustinus leerde dat met die 'sterke man' de satan is bedoeld en de goederen die worden geplunderd stellen mensen voor die vroeger onder zijn heerschappij gebonden waren. Hij leerde dat satan tijdens de aanwezigheid en bediening van Christus op aarde gebonden werd en gebonden zal blijven tot aan de wederkomst. In deze visie van het post-millenniumisme is Satan thans dus niet in staat de volkeren te binden en dat is de oorzaak waardoor de prediking van het evangelie groot succes kan hebben. Aan het eind van deze periode zal satan voor een korte tijd worden losgelaten en daarna definitief geheel overwonnen en gebonden worden. Het gebed in het 'Onze Vader,' "Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde," zal dus volgens deze visie in deze periode van de kerk worden verhoord.

Het post-millenniumisme is een optimistische visie want het verwacht dat naarmate de wederkomst van Jezus dichterbij komt de condities op aarde zich in deze periode zullen verbeteren en niet verslechteren. De aanhangers van deze visie kunnen tegenslagen in de voortgang van de evangelieverkondiging - zoals die zich thans vooral in de westerse landen voordoen waar de invloed van de kerk afneemt - overwinnen door zich voor te houden dat deze tegenslagen slechts van tijdelijke aard zijn. Want - zo geloven zij - het evangelie zal de wereld uiteindelijk veroveren.

De aanhangers van het post-millenniumisme zien echter een aantal schriftuitspraken over het hoofd, waaronder die van Jezus toen Hij zich afvroeg of Hij nog wel geloof zou vinden op aarde als Hij terugkeert; zie Lucas 18:8. De apostelen voorzagen een toenemende afval van het geloof naarmate de tijd van het einde van dit tijdperk naderde.

In de vroegere post-millenniaanse visie, vooral die in het eerste millennium van het Christendom, namen velen de duizend jaar letterlijk maar daarvan is men grotendeels teruggekomen in het tweede millennium, dus vanaf jaar 1000 na Christus. Niet slechts omdat er duizend jaar voorbij waren gegaan zonder concrete aanwijzingen dat het vrederijk zich zichtbaar ontwikkelde of aanstaande was, maar ook omdat men tot inzicht kwam dat getallen waaronder ook het getal 1000 in apocalyptische literatuur die rijk aan zinnebeelden en symboliek is, niet letterlijk behoeven te worden opgevat. Het lijkt erop dat de apocalyptische schrijver met dit getal een 'volheid van tijd met voltooiing van processen' wilde aangeven.

Slot

Waakt dan.

Jezus zegt ook: Zal ik nog geloof vinden als ik terugkom.

Geloof en gehoorzaamheid gaan hand in hand. Je ziet op dit moment in vele kerken dat de werkelijke kern uit het evangelie wordt gehaald. Groeigemeenten in aantal is anders dan geestelijke groei zoals het afleggen van iedere last en zonde die ons in de weg staan. Kijk naar de vijf wijzen en de vijf dwazen. Laten wij zorgen voor voldoende olie in onze lampen want de voorraad wordt bij velen minder. Gods Geest zal ons leiden in de volle waarheid.


Deze pagina is onderdeel van: www.BijbelVragen.nl