n.a.v. Paul Jaeger, Homeruslaan 26-1, 3581 MH Utrecht, phjjaeger@hetnet.nl, 10 juni 2007

Beste vrienden,

Hierbij een Nederlandse vertaling van de geweldige profetische gebeurtenis die recentelijk heeft plaatsgevonden in Tel Aviv. Zo is de tekst beter te verspreiden in ons land en in Vlaanderen.

Gods zegen,

Paul Jaeger

 

 

 

Een orthodoxe Jood in Tel Aviv, Israël droomt steeds weer over de Messias

Door Matt Schwartz

Zingt de Here een nieuw lied, zingt de Here, gij ganse aarde (Psalm 96:1)

Met een aanbiddingteam van geestvervulde gelovigen bezongen wij de God van Israël met vreugdevolle liederen en dans. We trokken dansend en zingend met onze banieren door de Diezengoff straat in Tel Aviv. Honderden Israëli’s kwamen uit hun winkels om ons te begroeten en ons te bedanken dat wij hen steun durfden te betuigen. We gaven aan iedere Israëli een lapel pin met daarop de tekst: "Israël, je staat niet alleen." We vertelden de Joodse mensen dat God hen liefheeft. Zo hadden we allerlei ontmoetingen met ongeredde mensen die de Heer uit de winkels bij ons bracht.

Moisje en Esther Cohen zijn orthodoxe Joden die de Sjoa hebben overleefd. Ze zijn getrouwd aan boord van een schip met vluchtelingen en kwamen in mei 1948 aan in Israël. Ze zijn eigenaar van een juwelierszaak van Stern in Tel Aviv en hebben een hele staf onder zich. Ze houden de sjabbat en de traditionele Joodse feesten.

Toen ze ons hoorden zingen, rende Moisje de winkel uit om ons te begroeten. "Ik kan mijn oren niet geloven," zei hij. "Jullie zingen dezelfde liederen die ik iedere nacht in een droom hoor."

Ik was heel verbaasd toen hij dit zei want we zongen niet alleen bekende Israëlische liederen zoals Hava Nagila Hava, maar ook geestelijke liederen en aanbiddingliederen zoals "De Heer is een heilig God" en andere liederen die we thuis in onze gemeentes zingen.

Moisje begon ons te vertellen over een droom die hij de afgelopen maand iedere nacht heeft gehad.

"Ik word wakker omdat ik het geluid hoor van sjofars en trompetten," zegt hij. "Het is zo luid dat ik er midden in de nacht wakker van wordt. Dan loop ik snel naar de voordeur om te zien wat er gebeurt. (Duizenden mensen uit Israël stijgen op door de lucht. Ze dragen witte gewaden. De hemel gaat open om ze op te nemen.) Wanneer de hemel open gaat, zie ik de aartsengel Gabriël en een machtig leger, klaar voor de strijd. Hun aanvoerder rijdt op een wit paard. Zijn ogen zijn als een vuurvlam. Achter de aanvoerder bevinden zich de Joodse aartsvaders Abraham, Isaak en Jakob. Achter hen de Joodse vrouwen Mirjam, Ruth, Sara en koningin Esther.

"Dan zie ik Koning David en Koning Salomo en met hen de profeet Elia en zijn dienaar Elisa. Ze leven. Er straalt licht van hen uit. Ze rijden op paarden. Dit machtige leger van de Heer bestaat uit tienduizenden. Ze dalen af vanuit de hemel naar de Olijfberg hier in Jeruzalem. Hun aanvoerder draagt een Hebreeuwse Talliet, waarop geschreven staat "Koning der Koningen." Er is vuur in zijn ogen. Plotseling besef ik dat ik onze Joodse Messias zie.

"Heer," zeg ik, "Wie bent U?" Hij antwoordt, waarbij Hij mij bij mijn voornaam noemt: "Moisje, Ik ben degene over wie de profeten hebben gesproken."

"Wat is uw naam?" vraag ik. "Ze noemen mij: ‘De Overwinnaar.’"

Dan zegt Hij tegen mij: "Moisje, Ik ben voor jou gestorven. Ik houd van je. Vertel je Joodse familie en vrienden over Mij. Vertel hen dat Ik spoedig kom. Dan zal er in geheel Israël aanbidding en lof zijn zoals het was in de dagen van Koning David."

Dan word ik wakker met in mijn oren de woorden: "Moisje, Ik houd van je. Ik kom spoedig."

Mijn vrouw Esther zei tegen mij: ‘Moisje, ga naar de rabbijnen. Vertel je droom aan hen.’ Sindsdien heb ik contact gehad met tientallen rabbijnen hier in Israël. Ze hebben allemaal verschillende meningen. Sommige van hen zeggen: ‘Er is geen Messias die zal komen op een wit paard. Het is maar een droom, Moisje. Geen leger uit de hemel zal ons redden van onze vijanden. Ga naar huis. Vergeet die droom.’

De groep die op die dag stond te luisteren naar het verhaal van Moisje bestond uit onze zangers en dansers en verschillende pastors met hun vrouwen, die deel uitmaken van ons vijfvoudige bedieningenteam.

Een pastor die Brad heet, zei: "Moisje, er is een Overwinnaar die naar Israël komt. Jij hebt gelijk. Hij zal terugkeren op een wit paard. Luister naar wat Johannes aan ons heeft doorgegeven in het Boek Openbaring: ‘En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. En zijn ogen waren een vuurvlam en op zijn hoofd waren vele kronen (Openbaring 19:11-12a)."

Hij kreeg tranen in zijn ogen. "Dat is Hem," zei hij.

"God heeft je deze droom gegeven," voegde ik toe. "Jij gelooft in dezelfde Messias als wij. Jij kent alleen zijn naam niet. Zijn naam is Jezus. De eerste keer is Hij gekomen om te sterven voor de zonden van de wereld. Hij komt terug als de Leeuw van de stam Juda. Je mag Hem bij zijn Hebreeuwse naam Jesjoea noemen. Hij leeft."

Ik vroeg: "Wil je Hem vragen in je leven te komen om je Heer en Redder te zijn?"

"Ja," antwoordde hij.

"Ik wil dat ook bidden," zei Esther, de Joodse vrouw van Moisje. "Wij willen dat ook bidden," zeiden Dalja, Svetta en Alona, drie medewerkers van de staf van de juwelierswinkel.

Alle vijf baden ze met mij: "Heer, vergeef mij. Ik ben een zondaar. Ik bekeer me van mijn zonden. Ik aanvaard wat U voor mij gedaan heeft aan het kruis. Ik geef mijn leven aan U. Ik neem U aan als mijn Heer en Redder en aanvaard U als mij Messias."

Alle vijf begonnen ze daarop te huilen. Dalja, die vanuit Rusland met haar Joodse familie naar Israël geïmmigreerd is, zei: "Pastor Matt, God heeft jou en je zangers naar Israël gebracht om ons de weg tot het heil te wijzen."

Lorna, onze dansleidster uit Ohio, zei: "Dalja, God heeft nog meer voor jullie." Daarop legden we allemaal de handen op bij Moisje, Esther, Dalja, Svetta en Alona en baden voor hen voor de vervulling met de Heilige Geest. En ze werden vervuld met de Heilige Geest, spraken in tongen en profeteerden, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken (Handelingen 2:4). Het was een geweldig moment.

Ze begonnen alle vijf in de Geest te profeteren over de dingen die komen. Dingen die spoedig plaats zullen vinden Israël, Amerika, Rusland en de volken. We stonden allemaal vol ontzag te luisteren. De Heer bevestigde Zijn Woord met vele tekenen, zoals Hij dat deed in het Boek Handelingen. We zien de vervulling van de woorden van de profeet Joël: "Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien" (Joël 2:28).

Matt Schwartz

President, Stichter

Intercessors for Israel International

Een nadere uitleg van Matt Schwartz aan een vriend:

De droom van Moisje begint met de opname en gaat dan verder met de wederkomst en vervolgens met het 1000-jarig Rijk van Koning David, de Messias in Jeruzalem. Het is als drie gebeurtenissen die ALLE DRIE zeer spoedig plaats zullen vinden in Jeruzalem. EN bedenk wel dat dezelfde droom – niet slechts één nacht is gedroomd – maar iedere nacht gedurende drie maanden. We hebben dit allemaal uitgelegd aan Moisje. De eerste van de drie gebeurtenissen is de OPNAME. God heeft van Moisje, Esther en de andere drie Israëli’s gebruik gemaakt om, nadat zij vervuld waren met de Heilige Geest, te profeteren over de dingen die komen gaan.

 

 

 

 

Vertaling:

Paul Jaeger, Homeruslaan 26-1, 3581 MH Utrecht, phjjaeger@hetnet.nl, 10 juni 2007

Dear Friends,

A remarkable prophetic event that happened recently in the land of Israel.

Paul Jaeger

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Beste vrienden,

Een opmerkelijk profetisch gebeuren dat recentelijk heeft plaatsgevonden in Israël.

Paul Jaeger

 

 

 

 

 
.

 

 

Voor wie zich verder wil verdiepen in de geschiedenis van het volk Israël,
en de vele vervolgingen, nog het volgende:


Bekijk bijvoorbeeld eens Ezechiël's profetie over God's oordeel over de oude Phoenicische hoofdstad Tyrus (Ezechiël, hoofdstuk 26). De voorspelling stelt dat Tyrus eerst door de Babylonische Koning Nebukadnessar met de grond gelijk zou worden gemaakt. Later zou de stad door een coalitie van naties volledig verwoest worden, worden afgevlakt als de top van een rots, en haar ruïnes (zelfs het stof) zouden worden bijeengeschraapt en in de zee geworpen, en zouden zo een plaats worden waar vissers hun netten zouden uitspreiden. De omliggende naties zouden getuige zijn van het lot van Tyrus en zich zonder slag gewonnen geven. Het is verbazingwekkend dat de omstandigheden van Ezechiël's voorspelling tot op de kleinste details werden vervuld. Nebukadnessar plunderde Tyrus. Later leidde Alexander de Grote een coalitie van naties tegen Tyrus, verwoestte haar, veegde het schoon tot op de kale rotsen en gooide haar ruïnes in de zee. Deze oude locatie werd (en is nog steeds) een plaats waar de plaatselijke vissers hun netten uitspreiden om deze te laten drogen (voor wereldse bevestiging hiervan

Israël is een natie die voor God opzij was gezet -- God's getuigenis voor een wereld die zich had afgekeerd van Hem die hen geschapen had. Triest genoeg was Israël's geschiedenis, net als de rest van de wereld, er een van continue rebellie tegen God. Steeds maar weer zouden de Joden tegen God in opstand komen, zijn toorn voelen, zichzelf onderdanig opstellen en spijt hebben van hun rebellie, naar God terugkeren, en weer God's zegening ontvangen - om vervolgens dit hele proces weer opnieuw te beginnen... Uiteindelijk zond God andere naties tegen hen (zoals Hij deed met het oude Tyrus) en verdreef de Joden uit hun thuisland. In 70 na Christus werden de Joden over de hele wereld verdreven, en werden zij voor altijd verbannen uit hun thuisland. De Joden hadden 1,900 jaar lang geen eigen land! Desalniettemin beloofde God de Joden dat, ook al zou Hij hen uit hun land verwijderen, dat zij een herkenbaar volk zouden blijven en weer naar hun land zouden terugkeren (zie, bijvoorbeeld, Leviticus 26:13-16; Nehemia 1:8-9; Deuteronomium 30:1-5). Het is al een wonder te noemen dat de Joden 1,900 jaar hebben overleefd en zonder eigen thuisland een herkenbaar volk zijn gebleven! Alle andere naties die ooit hun thuisland hebben verloren werden door de omliggende naties opgeslokt en verloren binnen enkele honderden jaren hun identiteit. Maar de Joden hebben stand gehouden en keerden in 1948 op een miraculeuze manier naar Israël als hun thuisland terug.

Sinds 1948 heeft Israël weer haar plaats onder de volken ingenomen. Deze terugkeer is voorspeld door de profeten, maar Israël zal in de tijd die aan Christus' wederkomst vooraf gaat, nog een diepe weg te gaan hebben. Het landje zal door vele vijanden omsingeld worden en Jeruzalem zal ingenomen worden (Zach. 14:2

Dan zal de Here, uw God, in uw lot een omkeer brengen –Hij zal u weer bijeen brengen uit al de volken, naar waar de Here uw God u heeft verbannen, al waren uw verdrevenen aan het einde van de hemel--- de Here uw God zal u van daar bijeen brengen en van daar halen; de Here uw God, zal u brengen naar het land dat uw (voor) vaderen hebben bezeten (Deuteronomium 30: 3 -5).

Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. In die dagen zal ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle naties zullen moeten heffen (optillen) allen die hem heffen zullen zich pijnlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen. (Zach.12:2-3).

Zie ook Ezechiel 37. Het dal van dorre doodsbeenderen.

www.BijbelVragen.nl

.      

   

Deze pagina is onderdeel van: www.BijbelVragen.nl

http://home.hetnet.nl/~bijbel-site/indexbzm.htm