n.a.v. natuur-rampen, aardbeving, tsunami, ziekte, aids, honger, oorlog en ellende in de wereld.

Wat is van God afkomstig en wat is door de duivel bewerkt?

De straf van God in deze eindtijd?
... of toch niet ...

Het is een moeilijke vraag waar veel mensen mee zitten: "hoe kan God de mensen nu zoiets aandoen?"  
Zoals u misschien weet zijn veel van deze dingen aangekondigd in de bijbel:  

Markus 13 8 Want het [ene] volk zal tegen het [andere] volk opstaan, en het [ene] koninkrijk tegen het [andere] koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen, en er zullen hongersnoden wezen, en beroerten. Deze dingen zijn [maar] beginselen der smarten.
Lukas 21 11 En er zullen grote aardbevingen wezen in verscheidene plaatsen, en hongersnoden, en pestilentien; er zullen ook schrikkelijke dingen, en grote tekenen van den hemel geschieden.

Maar nu komt de grote vraag: Is dit het werk van God? of van de satan?
en WAAROM laat Hij dit toe?.  

Matt.13  

24 Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mens, die goed zaad zaaide in zijn akker.
25 En als de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg.
26 Toen het nu [tot] kruid opgeschoten was, en vrucht voortbracht, toen openbaarde zich ook het onkruid.
27 En de dienstknechten van den heer des huizes gingen en zeiden tot hem: Heere! hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Van waar heeft hij dan dit onkruid?
28 En hij zeide tot hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan. En de dienstknechten zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij heengaan en datzelve vergaderen?
29 Maar hij zeide: Neen, opdat gij, het onkruid vergaderende, ook mogelijk met hetzelve de tarwe niet uittrekt
30 Laat ze beiden te zamen opwassen tot den oogst, en in den tijd des oogstes zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in busselen, om hetzelve te verbranden; maar brengt de tarwe samen in mijn schuur.


Tegenwoordig is het bij veel mensen gewoon om ervan uit te gaan dat GOED en KWAAD beide van God komen.
Ooit heb ik dat zelf ook zo moeten leren.
Toen ik later zelf tot de Heer ben gaan bidden om inzicht zijn mij meerdere zaken duidelijk geworden.
Onderandere dat we als mensen (Adam/Eva) wel zelf het kwaad (de satan) hebben binnengehaald,
maar dat het niet waar is dat God nu al straft in deze tijd door ziekte en rampen.
Het oordeel komt namelijk nog.
Veelmeer word de macht van de satan op aarde onderschat,
en hoe de satan mensen gebonden houd in dit soort gedachtengoed, en bijbehorende geloften. (belijdenissen)
Als we de Heer oprecht om inzicht bidden (en het oude willen loslaten) zal Hij ons veel duidelijkmaken.
Daarom moet u/jij altijd eerst Hem bidden, en zelf de bijbel lezen,
in plaats van de bijbel te willen gebruiken om bepaalde leringen te verdedigen.  
In bovenstaande tekst lezen we al dat GOED en KWAAD samen zullen opgroeien,
totdat uit de vruchten (werken) zal blijken welke plant waar bij hoort.

    In Lucas 13 lezen we ook al dat ongelukken geen straf van God zijn. (het oordeel komt pas later)  

Lukas,  hoofdstuk: 13
Vers Staten vertaling
1 En er waren te dierzelfder tijd enigen tegenwoordig, die Hem boodschapten van de Galileers, welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had.
2 En Jezus antwoordde, en zeide tot hen: Meent gij, dat deze Galileers zondaars zijn geweest boven al de Galileers, omdat zij zulks geleden hebben?
3 Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan.
4 Of die achttien, op welke de toren in Siloam viel, en doodde ze; meent gij, dat deze schuldenaars zijn geweest, boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen?
5 Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan.

       
Jezus laat duidelijk zien dat Hij op aarde is gekomen om te GENEZEN, niet om ziek te maken.
Hij doet dit niet om te laten zien dat Hij gezondheid geeft en weer terug-neemt.  

Lees lucas 13 wat De Here Jezus zelf zegt over ziekte:
 

11 En ziet, er was een vrouw, die een geest der krankheid achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen, en kon zich ganselijk niet oprichten.
12 En Jezus, haar ziende, riep haar tot Zich, en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid.
13 En Hij legde de handen op haar; en zij werd terstond weder recht, en verheerlijkte God.

 

16 En deze, die een dochter Abrahams is, welke de satan, ziet, nu achttien jaren gebonden had, moest die niet losgemaakt worden van dezen band, op den dag des sabbats?
17 En als Hij dit zeide, werden zij allen beschaamd, die zich tegen Hem stelden; en al de schare verblijdde zich over al de heerlijke dingen, die van Hem geschiedden.

   
Wanneer wij bidden om genezing, dan moeten we niet doen alsof deze ziekte van God komt,
maar veeleer bidden dat deze gebondenheid (machten) in Jezus Naam verbroken zal worden
en de persoon van deze ziekte of kwaal bevrijd mag worden.        

Het laatste bijbelboek leert ons met name dat de macht (en toverijen) van de satan enorm zullen worden.
Hij zal de mensen verleiden,
zich voordoen als een engel des lichts,
en rondgaan als een briessende leeuw, zoekende om te verslinden.  
De bijbel verteld over valse Christussen, een grote verdrukking,
en een antichrist die zich als god in Jeruzalem zal vestigen.
De wereld moet dan denken dat het Jezus zelf is.  
De satan zal zich steeds sterker openbaren (en inmengen) totdat hij zoveel macht heeft als nooit tevoren,
en de mensen hem als god zullen aanbidden.
Deze dingen MOETEN gebeuren,
omdat de mensen een KEUZE terug naar God moeten kunnen maken via Jezus.
En Hij straks Zijn koninkrijk zal vestigen.

    Nu verder: Is het STRAF van God, Is het Gods werk, die aardbevingen en oorlogen?  

Johannes 8 44 Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve [leugen].

        Matt. 24  

21 Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.
22 En zo die dagen niet verkort werden, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil zullen die dagen verkort worden
23 Alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus, of daar, gelooft het niet.
24 Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.
25 Ziet, Ik heb [het] u voorzegd!
26 Zo zij dan tot u zullen zeggen: Ziet, hij is in de woestijn; gaat niet uit; Ziet, [hij is] in de binnenkameren; gelooft het niet.
27 Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst van den Zoon des mensen wezen.
28 Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden.
29 En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van den hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
30 En alsdan zal in den hemel verschijnen het teken van den Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen den Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.
31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het [ene] uiterste der hemelen tot het [andere] uiterste derzelve
32 En leert van den vijgeboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak nu teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.
33 Alzo ook gijlieden, wanneer gij al deze dingen zult zien, zo weet, dat [het] nabij is, voor de deur.
34 Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.
35 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
36 Doch van dien dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.
37 En gelijk de dagen van Noach [waren], alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen.
38 Want gelijk zij waren in de dagen voor den zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot den dag toe, in welken Noach in de ark ging;
39 En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon des mensen.
40 Alsdan zullen er twee op den akker zijn, de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.
41 Er zullen twee [vrouwen] malen in den molen, de ene zal aangenomen, en de andere zal verlaten worden.
42 Waakt dan; want gij weet niet, in welke ure uw Heere komen zal

       
Het is ook belangrijk om te weten dat het oordeel later komt.
Daar loopt de Heer niet op vooruit.
We lezen ook meerdere malen dat de heiligen straks (met Hem) zullen oordelen.    

Mattheus 12 41 De mannen van Nineve zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen hetzelve veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jonas; en ziet, meer dan Jonas is hier!

 

Lukas 11 32 De mannen van Nineve, zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen hetzelve veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jonas; en ziet, meer dan Jonas is hier!
Lukas 11 42 Maar wee u, Farizeen, want gij vertient munte, en ruite, en alle moeskruid, en gij gaat voorbij het oordeel en de liefde Gods. Dit moest men doen, en het andere niet nalaten.

    Johannes 5  

22 Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven;
23 Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren. Die den Zoon niet eert, eert den Vader niet, Die Hem gezonden heeft.
24 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.

   

Johannes 9 39 En Jezus zeide: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen, die niet zien, zien mogen, en die zien, blind worden.

   

8 En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel:
9 Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;
10 En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien;
11 En van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is.

     

Romeinen 2 5 Maar naar uw hardigheid, en onbekeerlijk hart, vergadert gij uzelven toorn als een schat, in den dag des toorns, en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods.

     

1 Corinthiers 6 3 Weet gij niet, dat wij de engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer de zaken, die dit leven aangaan?

     

2 Timotheus 4 1 Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en [in] Zijn Koninkrijk:

    Hebr. 6

1 Daarom, nalatende het beginsel der leer van Christus, laat ons tot de volmaaktheid voortvaren; niet wederom leggende het fondament van de bekering van dode werken, en van het geloof in God,
2 Van de leer der dopen, en van de oplegging der handen, en van de opstanding der doden, en van het eeuwig oordeel.

       

2 Petrus 2 4 Want indien God de engelen, die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar, die in de hel geworpen hebbende, overgegeven heeft aan de ketenen der duisternis, om tot het oordeel bewaard te worden;
2 Petrus 2 9 Zo weet de Heere de godzaligen uit de verzoeking te verlossen, en de onrechtvaardigen te bewaren tot den dag des oordeels, om gestraft te worden;

       
Opb. 6    
Hier word tijdens de grote verdrukking aan God gevraagd
hoelang het oordeel nog word uitgesteld:  

Openbaring 6 10 En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen?

       
Opb. 20    Hier word het oordeel aan de heiligen gegeven    

Openbaring 20 4 En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren.

     
Nogmaals : Het oordeel van God komt nog !  

Er moeten nog steeds enkele dingen vervuld worden, zoals de bevestiging van de antichrist.
Daarmee wil ik zeggen dat de rampen van deze tijd niet uit Gods hand voortkomen.
Maar het werk zijn van de briessende leeuw, satan.

Dat de wereld is overgeleverd aan de duivel, dat is de schuld van de mens zelf (in Adam/Eva)
God had hen duidelijk gewaaerchuwd.
Toch hebben ze gezondigd omdat ze dachten zo aan God gelijk te kunnen worden.

Lukas 4 6 En de duivel zeide tot Hem:
Ik zal U al deze macht, en de heerlijkheid derzelver [koninkrijken] geven;
want zij is mij overgegeven, en ik geef ze, wien ik ook wil;


           
Ook deed deze vraag mij denken aan een eerdere vraag van iemand over  DANKDAG.  

       
Genesis 8:  

20 En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar.
21 En de HEERE rook dien liefelijken reuk,  en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van `s mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
22 Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.

     
De gedachte van " dankdag"  komt uit de gereformeerde belijdenis.
o.a zondag 10
Daar word beweerd dat GOED én KWAAD van de Heere komt !!!
  lees het maar:

Vraag 27: Wat verstaat u onder Gods voorzienigheid?

Antwoord:
De almachtige en tegenwoordige kracht van God, waardoor Hij hemel en aarde, met alle schepselen, als met zijn hand in stand houdt en zó regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij toeval, maar uit zijn vaderhand ons ten deel vallen.

Alsof de Heer er mee speelt, en vooruitloopt op het laatste oordeel.  
Dit zorgt er tevens voor dat de wereld zegt: ... elllende in de wereld ... Met zo'n God kan ik niet leven.

Ze beseffen niet wie deze ellende in de wereld brengt elke dag.

Het is niet God, maar de satan !
 
Dat Jezus mensen geneest en uit de doden opwekt ,

dat doet Hij niet om te laten zien dat Hij er mee speelt , of zo.

Hij laat het contrast zien tussen de macht van de dood (de satan) en Hem zelf.
Hij laat zien WIE Hij is !

In Genesis is al aan de mens duidelijk gemaak het gevolg zal zijn van een KEUZE tegen God.

De mens zou sterfekijk worden.
In een ander gedeelte noemt Hij de satan: "mensenmoorder van den beginne"
       

 

2 Petrus,  hoofdstuk: 2
Vers Staten vertaling
1 En er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, gelijk ook onder u valse leraars zijn zullen, die verderfelijke ketterijen bedektelijk invoeren zullen, ook den Heere, Die hen gekocht heeft, verloochenende, [en] een haastig verderf over zichzelven brengende;
2 En velen zullen hun verderfenissen navolgen, door welke de weg der waarheid zal gelasterd worden.
3 En zij zullen door gierigheid, met gemaakte woorden, van u een koopmanschap maken; over welke het oordeel van over lang niet ledig is, en hun verderf sluimert niet.
4 Want indien God de engelen, die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar, die in de hel geworpen hebbende, overgegeven heeft aan de ketenen der duisternis, om tot het oordeel bewaard te worden;
5 En de oude wereld niet heeft gespaard, maar Noach, den prediker der gerechtigheid, zijn achttal bewaard heeft, als Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen heeft gebracht;
6 En de steden van Sodoma en Gomorra tot as verbrandende met omkering veroordeeld heeft, en tot een voorbeeld gezet dengenen, die goddelooslijk zouden leven;
7 En den rechtvaardigen Lot, die vermoeid was van den ontuchtigen wandel der gruwelijken mensen, [daaruit] verlost heeft;
8 (Want deze rechtvaardige [man], wonende onder hen, heeft dag op dag [zijn] rechtvaardige ziel gekweld, door het zien en horen van [hun] ongerechtige werken);
9 Zo weet de Heere de godzaligen uit de verzoeking te verlossen, en de onrechtvaardigen te bewaren tot den dag des oordeels, om gestraft te worden;

   
Het belangrijkste is dat Jezus als Gods Zoon zelf de macht van de satan heeft verbroken
door God trouw te blijven tot in de dood.

Wanneer we ons leven aan Hem geven,
en we ons oude leven begraven in het bad van de doop,
dan mogen we Zijn Naam aannemen.
We zijn dan gereinigd door Zijn bloed, en verlost van de macht van de dood.

Hij wordt dan onze enige rechthebbende eigenaar.
Als je als mens deze stap niet oprecht zet, ben je nog steeds in handen van de satan. (gebondenheid)

Daardoor komt het ook dat mensen helemaal niets van de bijbel begrijpen kunnen,
wanneer ze niet oprecht (bij God) zoekende zijn.
   
Het Geestelijke-leven begint niet vanzelf in een kerkbank.

Het LEVEN begind waar de mens zelf z'n oude-leven overgeeft aan de Heer.
 
We moeten dagelijks bidden voor de leiding van Zijn Geest in ons leven.

En ook voor Zijn bescherming tegen de geestelijke aanvallen van de satan.
 

En al die ziekten in deze tijd?


Nu een enkel voorbeeld:

Vergeet ook niet dat het niet God is die ervoor heeft gezorgd dat er bijna geen voedsel meer te koop is

waar geen E-nummers in zitten.
Zelfs voor bijna alle brood geldt dat.

Als er zgn. E-nummers op staan weet ja al dat het KANKERVERWEKKEND is.

Lees eens in het boekje:  "Wat zit er in uw eten" wat het gevaar is van elke hulpstof.

Nog een voorbeeld:
Jonge kinderen moeten van de overheid zo snel mogelijk tanden met FLUOR poetsen....
Fluor = rattengif.

Ik zou zo nog een hele tijd door kunnen gaan over o.a.  ontsmettings- en bestrijdingsmiddelen.
 

De wereld is ziek gemaakt door de satan en mensen die in zijn fabelen geloven,

en de Heer krijgt de schuld ervan. En Zijn Naam wordt daarvoor gelasterd.
   
Natuurlijk mogen we de Heer ook danken voor Gewas, gezondheid, bescherming, en een werkplek.

Als het goed is komt dat uit ons HART, en doen we dat dagelijks.


Het is goed om dagelijks Hem om inzicht te vragen,
en niet het hart toe te smoren
vanwege een denkwijze die is opgelegd door mensen.  
Als u Gods Woord onderzoekt,
en Hem daarbij steeds om inzicht vraagd, dan zal Hij dat ook geven.
Ook zal Hij u woorden geven om te spreken.

Maar u zult zich wel eerst zelf voor Hem moeten openstellen.
     



  Er is nu nog géén oordeel of straf van God op de zonde in deze tijd.    
   

Johannes 3 19 En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.
Johannes 9 39 En Jezus zeide: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen, die niet zien, zien mogen, en die zien, blind worden.
Johannes 12 47 En indien iemand Mijn woorden gehoord, en niet geloofd zal hebben, Ik oordeel hem niet; want Ik ben niet gekomen, opdat Ik de wereld oordele, maar opdat Ik de wereld zalig make.
Johannes 16 8 En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel:

       
Matt. 8    

28 En als Hij over aan de andere zijde was gekomen in het land der Gergesenen, zijn Hem twee, van den duivel bezeten, ontmoet, komende uit de graven, die zeer wreed waren, alzo dat niemand door dien weg kon voorbij gaan.
29 En ziet, zij riepen, zeggende: Jezus, Gij Zone Gods! wat hebben wij met U [te doen?] Zijt Gij hier gekomen om ons te pijnigen voor den tijd?

              Hier een voorbeeld van de ruimte die de satan krijgt in de laatste dagen:  
Opb. 6  

7 En toen Het het vierde zegel geopend had, hoorde ik een stem van het vierde dier, die zeide: Kom en zie!
8 En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met den dood, en door de wilde beesten der aarde.

              Eerst komt de grote verdrukking nog.
Opb 7.  

13 En een uit de ouderlingen antwoordde, zeggende tot mij: Dezen, die bekleed zijn met de lange witte klederen, wie zijn zij, en van waar zijn zij gekomen?
14 En ik sprak tot hem: Heere, gij weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun lange klederen gewassen, en hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed des Lams.
15 Daarom zijn zij voor den troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.
16 Zij zullen niet meer hongeren, en zullen niet meer dorsten, en de zon zal op hen niet vallen, noch enige hitte.
17 Want het Lam, Dat in het midden des troons is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

             

Openbaring 8                Als de oordelen wel gaan beginnen:
 
1 En toen Het het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in den hemel, omtrent van een half uur.
2 En ik zag de zeven engelen, die voor God stonden; en hun werden zeven bazuinen gegeven.
3 En er kwam een andere engel, en stond aan het altaar, hebbende een gouden wierookvat; en hem werd veel reukwerks gegeven, opdat hij het met de gebeden aller heiligen zou leggen op het gouden altaar, dat voor den troon is.
4 En de rook des reukwerks, met de gebeden der heiligen, ging op van de hand des engels voor God.
5 En de engel nam het wierookvat, en vulde dat met het vuur des altaars, en wierp het op de aarde; en er geschiedden stemmen, en donderslagen, en bliksemen, en aardbeving.
6 En de zeven engelen, die de zeven bazuinen hadden, bereidden zich om te bazuinen.
7 En de eerste engel heeft gebazuind, en er is geworden hagel en vuur, gemengd met bloed, en zij zijn op de aarde geworpen; en het derde deel der bomen is verbrand, en al het groene gras is verbrand.
8 En de tweede engel heeft gebazuind, en er werd iets als een grote berg, van vuur brandende, in de zee geworpen; en het derde deel der zee is bloed geworden.
9 En het derde deel der schepselen in de zee, die leven hadden, is gestorven; en het derde deel der schepen is vergaan.
10 En de derde engel heeft gebazuind, en er is een grote ster, brandende als een fakkel, gevallen uit den hemel, en is gevallen op het derde deel der rivieren, en op de fonteinen der wateren.
11 En de naam der ster wordt genoemd Alsem; en het derde deel der wateren werd tot alsem; en vele mensen zijn gestorven van de wateren, want zij waren bitter geworden.
12 En de vierde engel heeft gebazuind, en het derde deel der zon werd geslagen, en het derde deel der maan, en het derde deel der sterren; opdat het derde deel derzelve zou verduisterd worden, en dat het derde deel van den dag niet zou lichten; en van den nacht desgelijks.
13 En ik zag, en ik hoorde een engel vliegen in het midden des hemels, zeggende met grote stem: Wee, wee, wee, dengenen, die op de aarde wonen, van de overige stemmen der bazuin der drie engelen, die nog bazuinen zullen.

          Nog een aankondiging van het oordeel:      
Opb 10 : 7
   

7 Maar in de dagen der stem des zevenden engels, wanneer hij bazuinen zal,
zo zal de verborgenheid Gods vervuld worden,
gelijk Hij Zijn dienstknechten, den profeten, verkondigd heeft.

        De grote verdrukking, als iedereen het beeld van de antichrist moet aanbidden:  

Opb 13
 

11 En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams [hoornen] gelijk, en het sprak als de draak.
12 En het oefent al de macht van het eerste beest, in tegenwoordigheid van hetzelve, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was.
13 En het doet grote tekenen, zodat het ook vuur uit den hemel doet afkomen op de aarde, voor de mensen.
14 En verleidt degenen, die op de aarde wonen, door de tekenen, die aan hetzelve toe doen gegeven zijn in de tegenwoordigheid van het beest; zeggende tot degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest, dat de wond des zwaards had, en [weder] leefde, een beeld zouden maken.
15 En hetzelve werd [macht] gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.
16 En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden;
17 En dat niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams.
18 Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest; want het is een getal eens mensen, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig.

         

De wederkomst van Jezus op de berg Sion:  

Opb 14:

1 En ik zag, en ziet, het Lam stond op den berg Sion, en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende den Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden.   DAARNA (na Opb. 14) komen de oordelen van God.          


       Gods laatste zeven oordelen/plagen:    

Opb. 15:  
Openbaring 15
 
1 En ik zag een ander groot en wonderlijk teken in den hemel; namelijk zeven engelen, hebbende de zeven laatste plagen; want in deze is de toorn Gods geeindigd.
2 En ik zag als een glazen zee, met vuur gemengd; en die de overwinning hadden van het beest, en van zijn beeld, en van zijn merkteken, en van het getal zijns naams, welke stonden aan de glazen zee, hebbende de citers Gods;
3 En zij zongen het gezang van Mozes, den dienstknecht Gods, en het gezang des Lams, zeggende: Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God, rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen!
4 Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Want Gij zijt alleen heilig; want alle volken zullen komen, en voor U aanbidden; want Uw oordelen zijn openbaar geworden.
5 En na dezen zag ik, en ziet, de tempel des tabernakels der getuigenis in den hemel werd geopend.
6 En de zeven engelen, die de zeven plagen hadden, kwamen uit den tempel, bekleed met rein en blinkend lijnwaad, en omgord om de borst met gouden gordels.
7 En een van de vier dieren gaf den zeven engelen zeven gouden fiolen, vol van den toorn Gods, Die in alle eeuwigheid leeft.
8 En de tempel werd vervuld met rook uit de heerlijkheid Gods, en uit Zijn kracht; en niemand kon in den tempel ingaan, totdat de zeven plagen der zeven engelen geeindigd waren.

   

     
kijk nu eens naar
opb 16  (na Jezus wederkomst)
de mensen lasteren God voor plagen / oordelen , maar ze bekeren zich niet.

Openbaring 16 9 En de mensen werden verhit met grote hitte, en lasterden den Naam Gods, Die macht heeft over deze plagen; en zij bekeerden zich niet, om Hem heerlijkheid te geven.
Openbaring 16 11 En zij lasterden den God des hemels vanwege hun pijnen, en vanwege hun gezweren; en zij bekeerden zich niet van hun werken.
Openbaring 16 21 En een grote hagel, [elk] als een talent [pond] zwaar, viel neder uit den hemel op de mensen; en de mensen lasterden God vanwege de plage des hagels; want deszelfs plage was zeer groot.

 

Tot slot lees eens: Jacobus 1

 

1 Jakobus, een dienstknecht van God en van den Heere Jezus Christus;
aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn: zaligheid.
2 Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt;
3 Wetende, dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt.
4 Doch de lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk,
opdat gij moogt volmaakt zijn en geheel oprecht, in geen ding gebrekkelijk.
5 En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere,
Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden.
6 Maar dat hij ze begere in geloof, niet twijfelende; want die twijfelt, is een baar der zee gelijk, die van den wind gedreven en op en nedergeworpen wordt.
7 Want die mens mene niet, dat hij iets ontvangen zal van den Heere.
8 Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen.
9 Maar de broeder, die nederig is, roeme in zijn hoogheid.
10 En de rijke in zijn vernedering; want hij zal als een bloem van het gras voorbijgaan.
(rijkdom = verzoeking van satan)
11 Want de zon is opgegaan met de hitte, en heeft het gras dor gemaakt, en zijn bloem is afgevallen,
en de schone gedaante haars aanschijns is vergaan; alzo zal ook de rijke in zijn wegen verwelken.
(de rijkdommen die niet van God zijn zullen vergaan)
12 Zalig is de man, die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen, welke de Heere beloofd heeft dengenen, die Hem liefhebben.
13 Niemand, als hij verzocht wordt, zegge: Ik word van God verzocht; want God kan niet verzocht worden met het kwade, en Hij Zelf verzoekt niemand.
14 Maar een iegelijk wordt verzocht, als hij van zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt.
15 Daarna de begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde; en de zonde voleindigd zijnde baart den dood.
16 Dwaalt niet, mijn geliefde broeders!
17 Alle goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven,
van den Vader der lichten afkomende,
bij Welken geen verandering is, of schaduw van omkering.
18 Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord der waarheid,
opdat wij zouden zijn als eerstelingen Zijner schepselen.
19 Zo dan, mijn geliefde broeders, een iegelijk mens zij ras om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn;
 


 

       

 

Deze pagina is onderdeel van website: www.BijbelVragen.nl

.