| n.a.v.
natuur-rampen, aardbeving, tsunami, ziekte, aids, honger,
oorlog en ellende in de wereld. Wat is van
God afkomstig en wat is door de duivel bewerkt?
De
straf van God in deze eindtijd?
... of toch niet ...
Het is een
moeilijke vraag waar veel mensen mee zitten: "hoe
kan God de mensen nu zoiets aandoen?"
Zoals
u misschien weet zijn veel van deze dingen aangekondigd
in de bijbel:
| Markus |
13
|
8 |
Want het [ene]
volk zal tegen het [andere] volk opstaan, en het
[ene] koninkrijk tegen het [andere] koninkrijk;
en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene
plaatsen, en er zullen hongersnoden wezen, en
beroerten. Deze dingen zijn [maar] beginselen der
smarten. |
| Lukas |
21
|
11 |
En er zullen
grote aardbevingen wezen in verscheidene plaatsen,
en hongersnoden, en pestilentien; er zullen ook
schrikkelijke dingen, en grote tekenen van den
hemel geschieden. |
Maar nu
komt de grote vraag: Is dit het werk van God? of van de
satan?
en WAAROM
laat Hij dit toe?.
Matt.13
| 24 |
Een andere gelijkenis heeft Hij hun
voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen
is gelijk aan een mens, die goed zaad zaaide in
zijn akker. |
| 25 |
En als de mensen sliepen, kwam zijn
vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en
ging weg. |
| 26 |
Toen het nu [tot] kruid opgeschoten
was, en vrucht voortbracht, toen openbaarde zich
ook het onkruid. |
| 27 |
En de dienstknechten van den heer
des huizes gingen en zeiden tot hem: Heere! hebt
gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Van waar
heeft hij dan dit onkruid? |
| 28 |
En hij zeide tot hen: Een vijandig
mens heeft dat gedaan. En de dienstknechten
zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij
heengaan en datzelve vergaderen? |
| 29 |
Maar
hij zeide: Neen, opdat gij, het onkruid
vergaderende, ook mogelijk met hetzelve de tarwe
niet uittrekt |
| 30 |
Laat
ze beiden te zamen opwassen tot den oogst, en in den tijd des oogstes
zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert
eerst dat onkruid, en bindt het in busselen, om
hetzelve te verbranden; maar
brengt de tarwe samen in mijn schuur. |
Tegenwoordig
is het bij veel mensen gewoon om ervan uit te gaan dat
GOED en KWAAD beide van God komen.
Ooit
heb ik dat zelf ook zo moeten leren.
Toen ik later
zelf tot de Heer ben gaan bidden om inzicht zijn mij
meerdere zaken duidelijk geworden.
Onderandere
dat we als mensen (Adam/Eva) wel zelf het kwaad (de satan)
hebben binnengehaald,
maar dat het
niet waar is dat God nu al straft in deze tijd
door ziekte en rampen.
Het oordeel
komt namelijk nog.
Veelmeer word
de macht van de satan op aarde onderschat,
en hoe de
satan mensen gebonden houd in dit soort
gedachtengoed, en bijbehorende geloften. (belijdenissen)
Als we de
Heer oprecht om inzicht bidden (en het oude willen
loslaten) zal Hij ons veel duidelijkmaken.
Daarom
moet u/jij altijd eerst Hem bidden, en zelf de bijbel
lezen,
in plaats van
de bijbel te willen gebruiken om bepaalde leringen te
verdedigen.
In
bovenstaande tekst lezen we al dat GOED en KWAAD samen
zullen opgroeien,
totdat uit de
vruchten (werken) zal blijken welke plant waar bij hoort.
In Lucas 13 lezen we ook al dat ongelukken
geen straf van God zijn. (het oordeel komt pas later)
| Lukas, hoofdstuk:
13 |
| Vers |
Staten
vertaling |
| 1 |
En er waren te
dierzelfder tijd enigen tegenwoordig, die Hem
boodschapten van de Galileers, welker bloed
Pilatus met hun offeranden gemengd had. |
| 2 |
En Jezus antwoordde, en zeide tot
hen: Meent gij, dat deze Galileers zondaars
zijn geweest boven al de Galileers, omdat zij
zulks geleden hebben? |
| 3 |
Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet
bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan. |
| 4 |
Of die achttien, op welke de
toren in Siloam viel, en doodde ze; meent gij,
dat deze schuldenaars zijn geweest, boven
alle mensen, die in Jeruzalem wonen? |
| 5 |
Ik zeg u: Neen zij;
maar
indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen
insgelijks vergaan. |
Jezus laat
duidelijk zien dat Hij op aarde is gekomen om te GENEZEN,
niet om ziek te maken.
Hij
doet dit niet om te laten zien dat Hij gezondheid geeft
en weer terug-neemt.
Lees lucas
13 wat De Here Jezus zelf zegt over ziekte:
| 11 |
En ziet, er
was een vrouw, die een geest der krankheid
achttien jaren lang gehad had, en zij was
samengebogen, en kon zich ganselijk niet
oprichten. |
| 12 |
En Jezus, haar
ziende, riep haar tot Zich, en zeide tot haar:
Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid. |
| 13 |
En Hij legde
de handen op haar; en zij werd terstond weder
recht, en verheerlijkte God. |
| 16 |
En deze, die een dochter
Abrahams is, welke de satan, ziet, nu achttien
jaren gebonden had, moest
die niet losgemaakt worden van dezen band,
op den dag des sabbats? |
| 17 |
En als Hij dit
zeide, werden zij allen beschaamd, die zich tegen
Hem stelden; en al de schare verblijdde zich over
al de heerlijke dingen, die van Hem geschiedden. |
Wanneer
wij bidden om genezing, dan moeten we niet
doen alsof deze ziekte van God komt,
maar
veeleer bidden dat deze gebondenheid (machten) in Jezus
Naam verbroken zal worden
en de
persoon van deze ziekte of kwaal bevrijd mag worden.
Het
laatste bijbelboek leert ons met name dat de macht (en
toverijen) van de satan enorm zullen worden.
Hij
zal de mensen verleiden,
zich
voordoen als een engel des lichts,
en
rondgaan als een briessende leeuw, zoekende om te
verslinden.
De
bijbel verteld over valse Christussen, een grote
verdrukking,
en een
antichrist die zich als god in Jeruzalem zal
vestigen.
De
wereld moet dan denken dat het Jezus zelf is.
De
satan zal zich steeds sterker openbaren (en inmengen)
totdat hij zoveel macht heeft als nooit tevoren,
en de
mensen hem als god zullen aanbidden.
Deze
dingen MOETEN gebeuren,
omdat
de mensen een KEUZE terug
naar God moeten kunnen maken via Jezus.
En Hij
straks Zijn koninkrijk zal vestigen.
Nu
verder: Is het STRAF van God, Is het Gods werk, die
aardbevingen en oorlogen?
| Johannes |
8
|
44 |
Gij
zijt uit den vader den duivel, en wilt
de begeerten uws vaders doen; die was een
mensenmoorder
van den beginne, en is in de waarheid
niet staande gebleven; want geen waarheid is in
hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt
hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en
de vader derzelve [leugen]. |
Matt. 24
| 21 |
Want alsdan
zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is
geweest van het begin der wereld tot nu toe, en
ook niet zijn zal. |
| 22 |
En zo die
dagen niet verkort werden, geen vlees zou
behouden worden; maar om der uitverkorenen wil
zullen die dagen verkort worden |
| 23 |
Alsdan, zo iemand tot
ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus, of
daar, gelooft het niet. |
| 24 |
Want er zullen
valse christussen en valse profeten opstaan, en
zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo
dat zij (indien het mogelijk ware) ook de
uitverkorenen zouden verleiden. |
| 25 |
Ziet, Ik heb [het]
u voorzegd! |
| 26 |
Zo zij dan tot
u zullen zeggen: Ziet, hij is in de woestijn;
gaat niet uit; Ziet, [hij is] in de binnenkameren;
gelooft het niet. |
| 27 |
Want gelijk de bliksem uitgaat
van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo
zal ook de toekomst van den Zoon des mensen wezen.
|
| 28 |
Want alwaar
het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden
vergaderd worden. |
| 29 |
En
terstond na
de verdrukking dier dagen, zal de zon
verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel
niet geven, en de sterren zullen van den hemel
vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen
worden. |
| 30 |
En alsdan zal in den hemel
verschijnen het teken van den Zoon des mensen; en
dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en
zullen den Zoon des mensen zien, komende op de
wolken des hemels, met grote kracht en
heerlijkheid. |
| 31 |
En Hij zal Zijn engelen
uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij
zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de
vier winden, van het [ene] uiterste der hemelen
tot het [andere] uiterste derzelve |
| 32 |
En leert van den
vijgeboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak nu
teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet
gij, dat de zomer nabij is. |
| 33 |
Alzo ook gijlieden,
wanneer gij al deze dingen zult zien, zo weet,
dat [het] nabij is, voor de deur.
|
| 34 |
Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht
zal geenszins voorbijgaan, totdat al
deze dingen zullen geschied zijn.
|
| 35 |
De hemel en de
aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden
zullen geenszins voorbijgaan. |
| 36 |
Doch van dien
dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen
der hemelen, dan Mijn Vader alleen. |
| 37 |
En gelijk de
dagen van Noach [waren], alzo zal ook zijn de
toekomst van den Zoon des mensen. |
| 38 |
Want gelijk
zij waren in de dagen voor den zondvloed, etende
en drinkende, trouwende en ten huwelijk
uitgevende, tot den dag toe, in welken Noach in
de ark ging; |
| 39 |
En bekenden
het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen
wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon
des mensen. |
| 40 |
Alsdan zullen er twee op den
akker zijn, de een zal aangenomen, en de ander
zal verlaten worden. |
| 41 |
Er zullen twee [vrouwen] malen in
den molen, de ene zal aangenomen, en de andere
zal verlaten worden. |
| 42 |
Waakt dan; want gij weet niet, in
welke ure uw Heere komen zal |
Het is ook
belangrijk om te weten dat het oordeel later komt.
Daar loopt de
Heer niet op vooruit.
We lezen ook
meerdere malen dat de heiligen straks (met Hem) zullen
oordelen.
| Mattheus |
12 |
41 |
De mannen van Nineve zullen opstaan
in het oordeel met dit geslacht, en zullen
hetzelve veroordelen; want zij hebben zich
bekeerd op de prediking van Jonas; en ziet, meer
dan Jonas is hier! |
| Lukas |
11 |
32 |
De mannen van Nineve, zullen opstaan
in het oordeel met dit geslacht, en zullen
hetzelve veroordelen; want zij hebben zich
bekeerd op de prediking van Jonas; en ziet, meer
dan Jonas is hier! |
| Lukas |
11 |
42 |
Maar wee u, Farizeen, want gij
vertient munte, en ruite, en alle moeskruid, en
gij gaat voorbij het oordeel en de liefde Gods.
Dit moest men doen, en het andere niet nalaten. |
Johannes 5
| 22 |
Want ook de Vader oordeelt
niemand, maar heeft al het
oordeel den Zoon gegeven; |
| 23 |
Opdat zij
allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren.
Die den Zoon niet eert, eert den Vader niet, Die
Hem gezonden heeft. |
| 24 |
Voorwaar,
voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en
gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft
het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis,
maar is uit den dood overgegaan in het leven. |
| Johannes |
9 |
39 |
En Jezus zeide: Ik ben tot een
oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen,
die niet zien, zien mogen, en die zien, blind
worden. |
| 8 |
En Die gekomen zijnde, zal de wereld
overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en
van oordeel: |
| 9 |
Van zonde, omdat zij in Mij niet
geloven; |
| 10 |
En van gerechtigheid, omdat Ik tot
Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien;
|
| 11 |
En van oordeel, omdat de
overste dezer wereld geoordeeld is. |
| Romeinen |
2 |
5 |
Maar naar uw hardigheid, en
onbekeerlijk hart, vergadert gij uzelven toorn
als een schat, in den dag des toorns,
en der openbaring van het rechtvaardig
oordeel Gods. |
| 1 Corinthiers |
6 |
3 |
Weet gij niet, dat wij de
engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer
de zaken, die dit leven aangaan? |
| 2 Timotheus |
4 |
1 |
Ik betuig dan voor God en den Heere
Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen
zal in Zijn verschijning en [in] Zijn Koninkrijk: |
Hebr. 6
| 1 |
Daarom, nalatende het beginsel der
leer van Christus, laat ons tot de volmaaktheid
voortvaren; niet wederom leggende het
fondament van de bekering
van dode werken, en van het geloof in God,
|
| 2 |
Van de leer der dopen, en van de
oplegging der handen, en van de opstanding der
doden, en van het eeuwig oordeel.
|
| 2 Petrus |
2 |
4 |
Want indien God de engelen, die
gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar, die
in de hel geworpen hebbende, overgegeven heeft
aan de ketenen der duisternis, om tot
het oordeel bewaard
te worden; |
| 2 Petrus |
2 |
9 |
Zo weet de Heere de godzaligen uit
de verzoeking te verlossen, en de
onrechtvaardigen te bewaren tot
den dag des oordeels, om gestraft te
worden; |
Opb.
6
Hier
word tijdens de grote verdrukking aan God gevraagd
hoelang
het oordeel nog word uitgesteld:
| Openbaring |
6 |
10 |
En zij riepen met grote stem,
zeggende: Hoelang, o heilige en
waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons
bloed niet van degenen, die op de aarde wonen?
|
Opb.
20 Hier word het oordeel aan de
heiligen gegeven
| Openbaring |
20 |
4 |
En ik zag tronen, en zij zaten op
dezelve; en het oordeel werd
hun gegeven; en [ik zag] de zielen
dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van
Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en
deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het
merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd
en aan hun hand; en zij leefden en heersten als
koningen met Christus, de duizend jaren. |
Nogmaals
: Het oordeel van God komt nog !
Er moeten
nog steeds enkele dingen vervuld worden, zoals de
bevestiging van de antichrist.
Daarmee wil
ik zeggen dat de rampen van deze tijd niet uit Gods hand
voortkomen.
Maar het werk zijn van de briessende leeuw, satan.
Dat de wereld
is overgeleverd aan de duivel, dat is de schuld van de
mens zelf (in Adam/Eva)
God had hen duidelijk gewaaerchuwd.
Toch hebben ze gezondigd omdat ze dachten zo aan God
gelijk te kunnen worden.
| Lukas |
4 |
6 |
En de duivel zeide tot Hem:
Ik zal U al
deze macht, en de heerlijkheid derzelver [koninkrijken]
geven;
want
zij is mij overgegeven, en ik geef
ze, wien ik ook wil; |
Ook
deed deze vraag mij denken aan een eerdere vraag van
iemand over DANKDAG.
Genesis
8:
| 20 |
En Noach bouwde den HEERE een altaar;
en hij nam van al het reine vee, en van al het
rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat
altaar. |
| 21 |
En de HEERE rook dien liefelijken
reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik
zal voortaan den aardbodem niet
meer vervloeken om des mensen wil; want
het gedichtsel van `s mensen hart is boos van
zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer
al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. |
| 22 |
Voortaan
al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en
koude en hitte, en zomer en winter, en dag en
nacht, niet ophouden. |
De gedachte van " dankdag" komt
uit de gereformeerde belijdenis. o.a zondag 10
Daar word beweerd dat GOED én KWAAD van de Heere komt
!!! lees het maar:
Vraag 27: Wat
verstaat u onder Gods voorzienigheid?
Antwoord:
De almachtige en tegenwoordige kracht van God,
waardoor Hij hemel en aarde, met alle schepselen, als
met zijn hand in stand houdt en zó regeert, dat loof
en gras, regen en droogte,
vruchtbare en onvruchtbare jaren,
eten en drinken, gezondheid en ziekte,
rijkdom en armoede
en alle dingen, niet bij toeval, maar
uit zijn vaderhand ons ten deel vallen.
Alsof de
Heer er mee speelt, en vooruitloopt op het laatste
oordeel.
Dit zorgt er tevens voor dat de wereld zegt: ... elllende
in de wereld ... Met zo'n God kan ik niet leven.
Ze beseffen niet wie deze ellende in de wereld
brengt elke dag.
Het is niet God, maar de satan !
Dat Jezus mensen geneest en uit de doden opwekt ,
dat doet Hij niet om te laten zien dat Hij er mee speelt
, of zo.
Hij laat het contrast zien tussen de macht van de dood (de
satan) en Hem zelf.
Hij laat zien WIE Hij is !
In Genesis is al aan de mens duidelijk gemaak het gevolg
zal zijn van een KEUZE tegen God.
De mens zou sterfekijk worden.
In een ander gedeelte noemt Hij de satan: "mensenmoorder
van den beginne"
| 2 Petrus, hoofdstuk:
2 |
| Vers |
Staten vertaling |
| 1 |
En er zijn ook valse profeten onder
het volk geweest, gelijk ook onder u valse
leraars zijn zullen,
die verderfelijke ketterijen bedektelijk invoeren
zullen, ook den Heere, Die hen gekocht heeft,
verloochenende, [en] een haastig verderf over
zichzelven brengende; |
| 2 |
En velen zullen hun
verderfenissen navolgen, door
welke de weg der waarheid zal gelasterd worden.
|
| 3 |
En zij zullen door gierigheid, met
gemaakte woorden, van u een koopmanschap maken;
over welke het oordeel van over lang niet ledig
is, en hun verderf sluimert niet. |
| 4 |
Want indien God de engelen, die
gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar, die
in de hel geworpen hebbende, overgegeven heeft
aan de ketenen der duisternis, om tot het oordeel
bewaard te worden; |
| 5 |
En de oude wereld niet heeft
gespaard, maar Noach, den prediker der
gerechtigheid, zijn achttal bewaard heeft, als
Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen
heeft gebracht; |
| 6 |
En de steden van Sodoma en Gomorra
tot as verbrandende met omkering veroordeeld
heeft, en tot een voorbeeld gezet dengenen, die
goddelooslijk zouden leven; |
| 7 |
En den rechtvaardigen Lot, die
vermoeid was van den ontuchtigen wandel der
gruwelijken mensen, [daaruit] verlost heeft; |
| 8 |
(Want deze rechtvaardige [man],
wonende onder hen, heeft dag op dag [zijn]
rechtvaardige ziel gekweld, door het zien en
horen van [hun] ongerechtige werken); |
| 9 |
Zo weet de Heere de
godzaligen uit de verzoeking te verlossen, en de
onrechtvaardigen te bewaren tot den dag des
oordeels, om gestraft te worden; |
Het belangrijkste is dat Jezus als Gods Zoon zelf de macht
van de satan heeft verbroken
door God trouw te blijven tot in de dood.
Wanneer we ons leven aan Hem geven, en we ons oude leven begraven in het bad van
de doop,
dan mogen we Zijn Naam aannemen.
We zijn dan gereinigd door Zijn bloed, en verlost van de
macht van de dood.
Hij wordt dan onze enige rechthebbende eigenaar.
Als je als mens deze stap niet oprecht zet, ben je nog
steeds in handen van de satan. (gebondenheid)
Daardoor komt het ook dat mensen helemaal niets van de
bijbel begrijpen kunnen,
wanneer ze niet oprecht (bij God) zoekende zijn.
Het Geestelijke-leven begint niet vanzelf in een kerkbank.
Het LEVEN begind waar de mens zelf z'n oude-leven
overgeeft aan de Heer.
We moeten dagelijks bidden voor de leiding van Zijn Geest
in ons leven.
En ook voor Zijn bescherming tegen de geestelijke
aanvallen van de satan.
En al die ziekten in deze tijd?
Nu een enkel voorbeeld:
Vergeet ook niet dat het niet God is die ervoor
heeft gezorgd dat er bijna geen voedsel meer te koop is
waar geen E-nummers in zitten.
Zelfs voor bijna alle brood geldt dat.
Als er zgn. E-nummers op staan weet ja al dat het
KANKERVERWEKKEND is.
Lees eens in het boekje: "Wat zit er in uw
eten" wat het gevaar is van elke hulpstof.
Nog een voorbeeld:
Jonge kinderen moeten van de overheid zo snel mogelijk
tanden met FLUOR poetsen....
Fluor = rattengif.
Ik zou zo nog een hele tijd door kunnen gaan over o.a.
ontsmettings- en bestrijdingsmiddelen.
De wereld is ziek gemaakt door de satan en mensen die in
zijn fabelen geloven,
en de Heer krijgt de schuld ervan. En Zijn Naam wordt
daarvoor gelasterd.
Natuurlijk mogen we de Heer ook danken voor Gewas,
gezondheid, bescherming, en een werkplek.
Als het goed is komt dat uit ons HART, en doen we dat
dagelijks.
Het is goed om dagelijks Hem om inzicht te vragen,
en niet het hart toe te smoren vanwege een denkwijze die is opgelegd
door mensen.
Als u Gods Woord onderzoekt,
en Hem
daarbij steeds om inzicht vraagd, dan zal Hij dat ook geven.
Ook zal Hij u woorden geven om te spreken.
Maar u zult zich wel eerst zelf voor Hem moeten
openstellen.
Er
is nu nog géén oordeel of straf van God op de zonde in
deze tijd.
| Johannes |
3 |
19 |
En dit is het oordeel, dat het licht
in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de
duisternis liever gehad dan het licht; want hun
werken waren boos. |
| Johannes |
9 |
39 |
En Jezus zeide: Ik ben tot een
oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen,
die niet zien, zien mogen, en die zien, blind
worden. |
| Johannes |
12 |
47 |
En indien iemand Mijn
woorden gehoord, en niet geloofd zal hebben, Ik
oordeel hem niet; want
Ik ben niet gekomen, opdat Ik de wereld oordele,
maar opdat Ik de wereld zalig make. |
| Johannes |
16 |
8 |
En Die gekomen zijnde, zal de wereld
overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en
van oordeel: |
Matt.
8
| 28 |
En als Hij over aan de andere zijde
was gekomen in het land der Gergesenen, zijn Hem
twee, van den duivel bezeten, ontmoet, komende
uit de graven, die zeer wreed waren, alzo dat
niemand door dien weg kon voorbij gaan. |
| 29 |
En ziet, zij riepen, zeggende: Jezus,
Gij Zone Gods! wat hebben wij met U [te doen?]
Zijt Gij hier gekomen om ons te pijnigen voor den
tijd? |
Hier een
voorbeeld van de ruimte die de satan krijgt in de laatste
dagen:
Opb. 6
| 7 |
En toen Het het
vierde zegel geopend had, hoorde ik een stem van
het vierde dier, die zeide: Kom en zie! |
| 8 |
En ik zag, en
ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn
naam was de dood; en de hel volgde
hem na. En hun werd macht gegeven om
te doden tot het vierde deel
der aarde, met zwaard, en met honger, en met den
dood, en door de wilde beesten der aarde. |
Eerst komt de
grote verdrukking nog.
Opb 7.
| 13 |
En een uit de ouderlingen antwoordde,
zeggende tot mij: Dezen, die bekleed zijn met de
lange witte klederen, wie zijn zij, en van waar
zijn zij gekomen? |
| 14 |
En ik sprak tot hem: Heere, gij weet het. En
hij zeide tot mij: Dezen
zijn het, die uit de grote verdrukking komen;
en zij hebben hun lange klederen gewassen, en
hebben hun lange klederen wit gemaakt in het
bloed des Lams. |
| 15 |
Daarom zijn zij voor den troon van God, en
dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op
den troon zit, zal hen overschaduwen. |
| 16 |
Zij zullen niet meer hongeren, en zullen niet
meer dorsten, en de zon zal op hen niet vallen,
noch enige hitte. |
| 17 |
Want het Lam, Dat in het midden des troons is,
zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot
levende fonteinen der wateren; en God zal alle
tranen van hun ogen afwissen. |
| Openbaring 8
Als de oordelen wel gaan beginnen: |
| |
| 1 |
En toen Het het
zevende zegel geopend had, werd er een
stilzwijgen in den hemel, omtrent van een half
uur. |
| 2 |
En ik zag de
zeven engelen, die voor God stonden; en hun
werden zeven bazuinen gegeven. |
| 3 |
En er kwam een
andere engel, en stond aan het altaar, hebbende
een gouden wierookvat; en hem werd veel reukwerks
gegeven, opdat hij het met de gebeden
aller heiligen zou leggen op het gouden altaar,
dat voor den troon is. |
| 4 |
En de rook des
reukwerks, met de gebeden der heiligen,
ging op van de hand des engels voor God. |
| 5 |
En de engel nam
het wierookvat, en vulde dat met het vuur des
altaars, en wierp het op de aarde; en er
geschiedden stemmen, en donderslagen, en
bliksemen, en aardbeving. |
| 6 |
En de zeven
engelen, die de zeven bazuinen hadden, bereidden
zich om te bazuinen. |
| 7 |
En de eerste
engel heeft gebazuind, en er is geworden
hagel en vuur, gemengd met bloed, en zij zijn op
de aarde geworpen; en het derde deel
der bomen is verbrand, en al het groene gras is
verbrand. |
| 8 |
En de tweede
engel heeft gebazuind, en er werd iets als
een grote berg, van vuur brandende, in de zee
geworpen; en het derde deel der zee is
bloed geworden. |
| 9 |
En het
derde deel
der schepselen in de zee, die leven hadden, is
gestorven; en het derde deel
der schepen is vergaan. |
| 10 |
En de derde engel
heeft gebazuind, en er is een grote ster,
brandende als een fakkel, gevallen uit den hemel,
en is gevallen op het derde deel der
rivieren, en op de fonteinen der wateren. |
| 11 |
En de naam der
ster wordt genoemd Alsem; en het derde deel
der wateren werd tot alsem; en vele mensen zijn
gestorven van de wateren, want zij waren bitter
geworden. |
| 12 |
En de vierde
engel heeft gebazuind, en het derde deel
der zon werd geslagen, en het derde deel
der maan, en het derde deel der sterren;
opdat het derde deel derzelve zou
verduisterd worden, en dat het derde deel
van den dag niet zou lichten; en van den nacht
desgelijks. |
| 13 |
En ik zag, en ik
hoorde een engel vliegen in het midden des hemels,
zeggende met grote stem: Wee, wee, wee, dengenen,
die op de aarde wonen, van de overige stemmen der
bazuin der drie engelen, die nog bazuinen
zullen. |
Nog een aankondiging
van het oordeel:
Opb 10 : 7
| 7 |
Maar in
de dagen der stem des zevenden engels, wanneer
hij bazuinen zal,
zo zal de verborgenheid Gods
vervuld
worden,
gelijk Hij
Zijn dienstknechten, den profeten, verkondigd
heeft. |
De grote verdrukking, als
iedereen het beeld van de antichrist moet aanbidden:
Opb 13
| 11 |
En ik zag een ander beest uit de
aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams
[hoornen] gelijk, en het sprak als de draak. |
| 12 |
En het oefent al de macht van het
eerste beest, in tegenwoordigheid van hetzelve,
en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen
het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wonde
genezen was. |
| 13 |
En het doet grote tekenen, zodat het
ook vuur uit den hemel doet afkomen op de aarde,
voor de mensen. |
| 14 |
En verleidt degenen, die op
de aarde wonen, door de tekenen, die aan
hetzelve toe doen gegeven zijn in de
tegenwoordigheid van het beest; zeggende tot
degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest,
dat de wond des zwaards had, en [weder] leefde,
een beeld zouden maken. |
| 15 |
En hetzelve werd [macht]
gegeven om het beeld van het beest een geest te
geven, opdat het beeld van het beest ook
zou spreken, en maken, dat allen, die
het beeld van het beest niet zouden aanbidden,
gedood
zouden worden. |
| 16 |
En het maakt, dat het aan allen,
kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen
en dienstknechten, een merkteken geve aan hun
rechterhand of aan hun voorhoofden; |
| 17 |
En dat niemand mag kopen of verkopen,
dan die dat merkteken heeft, of den naam van het
beest, of het getal zijns naams. |
| 18 |
Hier is de wijsheid: die het
verstand heeft, rekene het getal van het beest;
want het is een getal eens mensen, en zijn getal
is zeshonderd zes en zestig. |
De
wederkomst van Jezus op de berg Sion:
Opb
14:
| 1 |
En ik zag,
en ziet, het Lam stond op den berg Sion,
en met Hem honderd vier en veertig duizend,
hebbende den Naam Zijns Vaders geschreven aan hun
voorhoofden. DAARNA (na Opb. 14) komen
de oordelen van God.
Gods laatste zeven oordelen/plagen:
Opb. 15:
| Openbaring 15 |
| |
| 1 |
En ik
zag een ander groot en wonderlijk teken
in den hemel; namelijk
zeven engelen, hebbende de zeven laatste
plagen; want in deze is de
toorn Gods geeindigd. |
| 2 |
En ik zag
als een glazen zee, met vuur gemengd; en
die de overwinning hadden van het beest,
en van zijn beeld, en van zijn merkteken,
en van het getal zijns naams,
welke stonden aan de glazen zee, hebbende
de citers Gods; |
| 3 |
En zij
zongen het gezang van Mozes, den
dienstknecht Gods, en het gezang des Lams,
zeggende: Groot en wonderlijk zijn Uw
werken, Heere, Gij almachtige God,
rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen,
Gij Koning der heiligen! |
| 4 |
Wie zou U
niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet
verheerlijken? Want Gij zijt alleen
heilig; want alle volken zullen komen, en
voor U aanbidden; want Uw oordelen zijn
openbaar geworden. |
| 5 |
En na
dezen zag ik, en ziet, de tempel des
tabernakels der getuigenis in den hemel
werd geopend. |
| 6 |
En de
zeven engelen, die de zeven plagen hadden,
kwamen uit den tempel, bekleed met rein
en blinkend lijnwaad, en omgord om de
borst met gouden gordels. |
| 7 |
En een
van de vier dieren gaf den zeven engelen
zeven gouden fiolen, vol van den toorn
Gods, Die in alle eeuwigheid leeft. |
| 8 |
En de
tempel werd vervuld met rook uit de
heerlijkheid Gods, en uit Zijn kracht; en
niemand kon in den tempel ingaan, totdat
de zeven plagen der zeven engelen
geeindigd waren. |
|
kijk nu eens naar opb 16 (na Jezus wederkomst)
de mensen
lasteren God voor plagen / oordelen , maar ze
bekeren zich niet.
| Openbaring |
16 |
9 |
En de mensen werden verhit met grote
hitte, en lasterden den Naam Gods, Die macht heeft over deze
plagen; en zij bekeerden zich niet, om Hem
heerlijkheid te geven. |
| Openbaring |
16 |
11 |
En zij
lasterden den God des hemels vanwege hun pijnen, en vanwege hun gezweren;
en zij bekeerden zich niet van hun werken. |
| Openbaring |
16 |
21 |
En een grote hagel, [elk] als een
talent [pond] zwaar, viel neder uit den hemel op
de mensen; en de mensen lasterden God
vanwege de plage des hagels; want deszelfs plage was
zeer groot. |
Tot
slot lees eens: Jacobus 1
| 1 |
Jakobus, een
dienstknecht van God en van den Heere Jezus
Christus;
aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing
zijn: zaligheid. |
| 2 |
Acht het voor
grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in
velerlei verzoekingen valt; |
| 3 |
Wetende, dat de
beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt. |
| 4 |
Doch de
lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk,
opdat gij moogt volmaakt zijn en geheel oprecht,
in geen ding gebrekkelijk. |
| 5 |
En indien
iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze
van God begere,
Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt;
en zij zal hem gegeven worden. |
| 6 |
Maar dat hij ze
begere in geloof, niet twijfelende; want die
twijfelt, is een baar der zee gelijk, die van den
wind gedreven en op en nedergeworpen wordt. |
| 7 |
Want die mens
mene niet, dat hij iets ontvangen zal van den
Heere. |
| 8 |
Een dubbelhartig
man is ongestadig in al zijn wegen. |
| 9 |
Maar de broeder,
die nederig is, roeme in zijn hoogheid. |
| 10 |
En de rijke in
zijn vernedering; want hij zal als een bloem van
het gras voorbijgaan.
(rijkdom = verzoeking van satan) |
| 11 |
Want de zon is
opgegaan met de hitte, en heeft het gras dor
gemaakt, en zijn bloem is afgevallen,
en de schone gedaante haars aanschijns is
vergaan; alzo zal ook de rijke in zijn wegen
verwelken.
(de rijkdommen die niet van God
zijn zullen vergaan) |
| 12 |
Zalig is de man,
die verzoeking verdraagt;
want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij
de kroon des levens ontvangen, welke de Heere
beloofd heeft dengenen, die Hem liefhebben. |
| 13 |
Niemand,
als hij verzocht wordt, zegge: Ik word van God
verzocht; want God kan niet verzocht worden met
het kwade, en Hij Zelf
verzoekt niemand. |
| 14 |
Maar een
iegelijk wordt verzocht, als hij van zijn eigen
begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt. |
| 15 |
Daarna de
begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde; en
de zonde voleindigd zijnde baart den dood. |
| 16 |
Dwaalt niet,
mijn geliefde broeders! |
| 17 |
Alle
goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven,
van den Vader der lichten afkomende,
bij Welken geen verandering is, of
schaduw van omkering. |
| 18 |
Naar Zijn wil
heeft Hij ons gebaard door het Woord der waarheid,
opdat wij zouden zijn als eerstelingen
Zijner schepselen. |
| 19 |
Zo dan, mijn
geliefde broeders, een iegelijk mens zij ras om
te horen, traag om te spreken, traag tot toorn; |
| |
|